Op 4 oktober is het Internationale Dierendag. Voor mijn kat verandert er dan weinig. Ze commandeert mij met een blik richting haar voerbakje, nestelt zich op de zachtste plek van de bank en verwacht dat ik haar minstens drie keer per dag bewonder. Het is een ritueel dat zich élke dag herhaalt. Alleen wij mensen hebben een datum nodig om eraan herinnerd te worden dat dieren óók recht hebben op aandacht. Dus krijgt ze op Dierendag een extra snoepje – alsof dat verschil maakt.
Die gedachte wringt. Waarom hebben we een speciale dag nodig om goed voor dieren te zijn? Zou dat niet vanzelfsprekend moeten zijn, het hele jaar door?
Buiten mijn woonkamer ziet de werkelijkheid er vaak heel anders uit. Terwijl katten zich uitstrekken in een vensterbank en honden kwispelend hun rondje maken, brengen veel dieren hun dagen door zonder ruimte of zonlicht. Het contrast is groot: de huisdieren die we overladen met aandacht, en de dieren die vrijwel onzichtbaar blijven.
Dierendag wil ons wakker schudden. Het is bedoeld als herinnering dat dieren geen accessoires consumptieartikelen of productiemiddelen zijn, maar levende wezens met een eigen gevoelswereld en waarde. Toch blijft het vaak bij symbolische gebaren.
Voor mij is Dierendag ook een dag van herinneringen. Als kind zat ik uren voor mijn terrarium, waar salamanders zich verscholen tussen mos en stenen. Later had ik een goudvis, onverstoorbaar rondjes zwemmend, alsof hij het ritme van de dag bepaalde. En altijd waren er katten: ieder met een eigen karakter, allemaal even vanzelfsprekend aanwezig. Vrienden hadden honden die je met kwispelende overtuiging uit wandelen sleepten, ook als jij geen zin had.
Daar ligt misschien de kern. Dieren vragen ons niet om grootse gebaren, maar om simpele voorwaarden: ruimte, aandacht, respect. Een paard dat mag galopperen, een konijn dat kan graven, een hond die geniet van een stevige wandeling, een kat die ongestoord haar plekje kan opeisen.
Misschien is Dierendag daarom minder een dag voor dieren dan voor mensen. Een spiegelmoment, bedoeld om ons eraan te herinneren dat hun wereld en de onze onlosmakelijk verbonden zijn. Mijn kat heeft daar geen kalender voor nodig. Ze springt op tafel, duwt haar kop tegen mijn hand en rolt zich spinnend over mijn toetsenbord, alsof ze mijn woorden wil bevestigen. Voor haar telt de kalender niet. Voor ons des te meer.


