Het boek ligt al een tijdje op mijn nachtkastje. ‘Omringd door idioten’. Zo’n titel laat je even liggen. Niet omdat hij niet klopt, maar omdat hij misschien net iets teveel klopt. Ik kreeg het van Sinterklaas. Wat wil hij daarmee zeggen? Zeker Sinterklaas geeft niets zomaar.

Als ik het opensla, kom ik niet verder dan hoofdstuk één. Niet omdat het moeilijk is, maar omdat ik blijf bladeren. Vooruit lezen, terug bladeren, alvast proberen te begrijpen. Blijkbaar zijn mensen in kleuren in te delen. Vier karakters. Dat is overzichtelijk.

’s Ochtends zet ik de radio aan. Wereldnieuws. Ik hoor commentatoren praten over wereldleiders en alles wat daarbij hoort. Veel woorden. Rustig word je er niet van. Soms vraag ik me af of “idioot” inmiddels minder een scheldwoord is dan een functieomschrijving. Ik zet het geluid zachter. Dit is boven mijn salarisschaal.

Later die middag sta ik in de supermarkt bij de zelfscankassa. Voor me scant een man zijn boodschappen met meer aandacht dan nodig. Elk piepje wordt gecontroleerd. Ik voel eerst ongeduld en meteen daarna herkenning. Blijkbaar zit het boek nog in mijn hoofd.

Die avond ben ik bij een informatieavond over plannen in mijn woonwijk, zoals dat gaat in West-Friesland. “We willen vaart maken,” zegt de spreker. Er volgt een verhaal, een PowerPoint en een conclusie. Vragen mogen straks. Misschien.  Ik moet denken aan wat ik in het boek las: soms stelt snelheid mensen gerust.

Na afloop ontstaat er geen echt gesprek. Er wordt wat gemompeld, hier en daar gelachen. Mensen praten langs elkaar heen. Het tempo zakt, de spanning ook. Ik denk aan de volgende kleur.

Aan de rand van de zaal knikt iemand instemmend. Naar iedereen. Vooral wanneer meningen elkaar raken. “Zullen we hier later nog even op terugkomen?” stelt hij voor. Later klinkt hier niet als uitstel, maar als opluchting. Ik hoef het boek er niet meer bij te pakken om te weten waar dit over gaat. Ik zit er middenin.

Thuis scroll ik nog door sociale media. Iedereen deelt zijn mening. Iedereen heeft gelijk. Onder één bericht wisselen woede, enthousiasme, begrip en feiten elkaar af. Ik lees mee. Even. En leg mijn telefoon dan weg.

Er wordt beweerd dat sociale media mensen dom maken. Dat kan zijn. Maar zonder scherm redden we het ook prima. Idiotie vindt altijd een weg. In buurthuizen. In overheidsgebouwen. In praatprogramma’s waar niemand nog naar elkaar luistert. Soms zelfs in goedbedoelde boeken op nachtkastjes.

Met al die kleuren, bijeenkomsten, wereldleiders en schermen bij elkaar genomen, kom ik tot een simpel inzicht, al ben ik nog maar bij hoofdstuk één: de grootste idioot ben je zelf. En dat is best geruststellend. Want als iedereen een beetje idioot is, valt het allemaal wel mee. Ik laat me verrassen door de rest van het boek.

En terwijl ik het terugleg op mijn nachtkastje, vraag ik me af of dat Sinterklaascadeau misschien toch minder vrijblijvend was bedoeld dan ik dacht.