Het contrast tussen leven en dood had nauwelijks groter kunnen zijn. Terwijl op hetzelfde moment bij de gemeente Hoorn klachten binnenstroomden over het maaibeleid en onderhoud van het dijktalud langs de Westerdijk, verscheen er een reportage van NH Nieuws-collega Michiel Baas. Geen graspol in zicht. Geen buurtbewoner met een keurige heg en een overhangende ergernis. Maar een verhaal over een hospice. Over mensen die doodgaan. En mensen die erbij blijven, vrijwillig.

Het verhaal werd opvallend goed gelezen. Geen kliksensatie, geen opruiende kop – maar duizenden mensen die bleven hangen bij een reportage die niets anders liet zien dan nabijheid. Geen ‘ophef’, geen debat. Maar over mensen die durven te blijven als het stil wordt.

Een bed. Een oude vrouw. Haar ademhaling traag als een schemering. Een vrijwilliger, zonder haast, zonder woorden. Een kamer waarin de wereld even ophoudt met meningen.

Misschien is dat waarom het mij raakte. In een tijd waarin we ons druk maken over rommelige stoepen, volle kliko’s of verloederd straatmeubilair – al die kleine dingen die soms groot voelen – was daar opeens dit verhaal. Een verhaal over mensen die het laatste stukje leven begeleiden zoals je een kind naar bed brengt: zacht, warm, zonder oordeel.

Begrijp me goed: niets tegen aandacht voor de leefomgeving. Natuurlijk moet er ruimte zijn voor signalen, voor verbetering, voor betrokkenheid. Maar soms lijkt de verontwaardiging waarmee we over zulke kwesties praten groter dan de kwestie zelf. Alsof kleine ergernissen in onze woonomgeving zwaarder wegen dan wat werkelijk telt – terwijl er op andere plekken, in stilte, iets wezenlijks gebeurt.

De kracht van die reportage zat niet in grote woorden, maar juist in de afwezigheid ervan. Geen toeters, geen violen. Alleen zorg. Alleen mensen. En dat zoveel mensen dat lazen, heeft iets hoopvols. Het geeft aan dat we nog steeds geraakt willen worden – en soms misschien even herinnerd moeten worden aan wat ons raakt.

Iedereen die zich oprecht druk maakt om het dagelijkse ongemak – en daar hebben we allemaal recht op – zou ik willen uitnodigen om eens een moment in zo’n kamer door te brengen. Niet om op zijn plaats gezet te worden. Maar om iets groters te voelen. Om te beseffen dat het leven soms eindigt zonder dat alles geregeld is, en dat er dan toch iemand naast je zit.

Groot nieuws hoeft niet luid te zijn. Soms zit het in een hand die niet loslaat. In een vrijwilliger die zegt: “U hoeft niets meer. Alleen nog te zijn.” En in een collega die dat stilletjes registreert. Niet opgeblazen. Wel opgetild.

Tussen al het groen en al het lawaai bleek er plek te zijn voor iets wat stil was. En het werd gezien. En het bleef hangen.

Dat is pas goed onderhoud.

https://www.streekomroepwestfriesland.nl/gery-is-al-meer-dan-20-jaar-vrijwilliger-in-hospice-soms-een-traan-over-mijn-wang