Het typische getsjirp, gekwetter en gejubel van weidevogels klinkt steeds minder vaak in West-Friesland. Sinds 1992 zijn de populaties in deze regio bijna gehalveerd. Dat baart beherende natuurorganisaties zorgen. Maar er zijn oplossingen, zeggen experts. 

De grutto, tureluur, kievit of scholekster. Als je rond het voorjaar met een verrekijker rondkijkt in een van de natuurgebieden die West-Friesland rijk is, maak je kans al deze en nog meer andere weidevogels te spotten. Soms zelfs met hun jonkies.

Het levert een adembenemend plaatje op. Toch ziet de toekomst van deze iconische, oer-Hollandse vogels in West-Friesland er niet rooskleurig uit, zegt Martijn de Jong van Landschap Noord-Holland.

Volgens de natuurorganisatie neemt het aantal broed- en leefgebieden voor weidevogels in de afgelopen jaren af. Wie de meest recente telling van de provincie erbij pakt, ziet dat de populaties sinds 1992 bijna gehalveerd zijn.

Zorgen nemen toe

“Weidevogels horen bij West-Friesland, maar hebben het moeilijk”, zegt De Jong. Hij ziet vooral het veranderende landschap als grote boosdoener. “We zien steeds vaker dat de weidevogel hier niet meer terugkomt.”

Waar vroeger hobbelige graslanden met greppels waren, maken nu strakke, gedraineerde weilanden en bollenvelden de dienst uit. “De landbouw wordt steeds intensiever.”

Ook ANV Hollands Noorden maakt zich zorgen. Mirjam Vlugt, projectmedewerker weidevogels bij de agrarische natuurvereniging, wijst naar de energietransitie. Volgens haar kunnen de aanleg van windmolens en zonneparken ertoe leiden dat broed- en leefgebieden kleiner worden.

Nu Tennet bovendien voornemens is om een nieuwe, zware hoogspanningslijn tussen Beverwijk-Oostzaan en Middenmeer aan te leggen, neemt de druk op weidevogelgebieden verder toe.

“Er zijn daarnaast zorgen dat de stikstofplannen van de overheid ertoe kunnen leiden dat veehouderijen stoppen, waardoor grasland die zo hard nodig is voor de grutto en tureluur verdwijnt, en deze percelen gebruikt gaan worden voor akkerbouw of bollenteelt”, zegt Vlugt.

Leeggevreten nesten en opgeslokte kuikens

Daarbij worden weidevogels bedreigd door natuurlijke vijanden als de vos of bruine rat, zegt De Jong. Leeggevreten nesten en opgeslokte kuikens: het is een beeld dat Landschap Noord-Holland steeds vaker aantreft.

Maar ook de kraai, kauw en kiekendief verstoren de nesten, vult Vlugt aan. “Ze pikken de jonge kuikens één voor één weg.”

Om deze vogel en hun nesten en kuikens te beschermen, is onder meer effectief faunabeheer volgens De Jong belangrijk. Bijvoorbeeld door beheer van de vos. “Daarmee voorkom je dat nesten worden leeggeroofd”, benadrukt hij.

Ook stelt De Jong voor om een aantal kerngebieden aan te wijzen waar het herstel van populaties centraal zal staan. Bijvoorbeeld in de omgeving van Opmeer of de weilanden langs de Westfriese Omringdijk.

Een snackbar voor weidevogels

Wat kunnen we doen om deze vogels te helpen? Het antwoord lijkt simpel: water. “Het is belangrijk om de huidige gebieden uit te breiden en optimaal in te richten”, benadrukt De Jong. 

Daarmee doelt hij op het ‘natter maken’ van weilanden door het waterpeil te verhogen – ook wel plasdrassen genoemd. Dit wordt gedaan door extra greppels of sloten aan te leggen. Boeren krijgen een vergoeding voor de aanleg hiervan.

Dat is gunstig voor weidevogels, die hierdoor makkelijker regenwormen en insecten kunnen vinden. Bovendien zorgt dit ervoor dat bloemen en kruiden beter kunnen groeien, wat weer meer insecten aantrekt.

Het weiland in Bergen is dit voorjaar het levende bewijs dat nat, ondergelopen grasland aantrekkelijk is voor weidevogels. Toen het voormalige vliegveld daar per ongeluk anderhalve week onder water kwam te staan, trokken duizenden vogels massaal naar het gebied om er ‘te snacken’.

Steeds meer samenwerking met boeren

Als voorbeeld wijst hij naar De Lage Hoek, een natuurgebied ten westen van het West-Friese dorp Opmeer.

Met een door de provincie gesubsidieerde pomp op zonne-energie en een peilscheiding wordt een groot stuk grasland natter gemaakt, zodat het gebied aantrekkelijker wordt voor weidevogels. “Rondom dat gebied wil je agrariërs betrekken die aan agrarisch natuurbeheer doen.”

Zo ontstaat er een beschermende schil, zegt De Jong. “Maar ook veel minder mest op het land uitrijden of later beginnen met maaien kunnen weidevogels een handje helpen.”

Bij ANV Hollands Noorden worden er sinds twee jaar drones ingezet om nesten te vinden, waar vervolgens als markering stokken worden bijgezet. “Tijdens het maaien op het land of andere veldwerkzaamheden houdt de boer hier rekening mee”, zegt Vlugt.

Tekst gaat hieronder verder.

Wat is agrarisch natuurbeheer?

Agrarisch natuurbeheer betekent dat boeren actief de natuur een handje helpen door delen van hun weilanden met rust te laten, bijvoorbeeld door bloemen te laten groeien of rustgebieden te creëren waar weidevogels ongestoord kunnen broeden en eten.

Boeren kunnen hiervoor subsidie ontvangen van de provincie, die dit en volgend jaar 12 miljoen euro hiervoor heeft uitgetrokken.

Volgens De Jong hoeven landbouw en natuur elkaar niet te bijten. “Uit ervaringen op andere plekken, zoals in de Rondehoep vlak bij Amsterdam, blijkt dat dit heel goed mogelijk is. Waarom zou dat hier niet mogelijk zijn? Er is nog genoeg ruimte.”

In West-Friesland wordt daar dan ook steeds meer aan gedaan. Zo wordt er tussen de dorpen Obdam en Opmeer, in polder Berkmeer, extra ruimte gemaakt voor weidevogels om te kunnen broeden. Op het terrein van een melkveehouder wordt 20 hectare ingeruimd voor kruidenrijk grasland.

“Voor agrarisch natuurbeheer is er nu veel budget beschikbaar, dat vooral in het zuidelijke provinciedeel wordt besteed. We hopen dat ook in West-Friesland nog meer agrariërs komen die landbouw en natuur met elkaar willen combineren.”