Zorgaanbieder Stichting Parlan moet de kosten voor de buitenschoolse opvang van pleegkinderen vergoeden aan hun pleegouders. Dat heeft de Raad van State bepaald. De rechtbank Noord-Holland kwam eerder tot hetzelfde oordeel in een zaak die was aangespannen door twee West-Friese pleeggezinnen.
De zaak werd aangespannen nadat verzoeken voor een vergoeding door de pleegzinnen in 2024 waren afgewezen door Parlan. Die vond dat dat bij de gemeenten Stede Broec en Medemblik lag.
In hoger beroep was de vraag of de stichting die vergoeding mocht afwijzen. Parlan heeft een contract met beide gemeenten, waarin staat dat Parlan de zorg draagt voor pleegzorg.
Vergoeding kosten
Parlan was echter van mening dat zij als uitvoerder niet hoefde te beslissen over buitenschoolse opvangkosten. De Raad van State heeft nu besloten van wel. Wel bevestigt de Raad dat het aan gemeenten is om zorgaanbieders van voldoende geld te voorzien om dit soort vergoedingen uit te kunnen keren.
Parlan zou de vergoeding voor buitenschoolse opvang alsnog aan de pleegouders moeten uitbetalen, maar had dat na het verlies in de originele rechtszaak al gedaan.
Een woordvoerder van de Raad van State laat weten dat de uitspraak meer duidelijkheid schept over wie welke verantwoordelijkheden draagt bij het aanbieden van jeugdzorg door gemeenten.

