Een medewerker van een zorginstelling in de gemeente Medemblik is veroordeeld tot zes maanden cel, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De vrouw is volgens de rechtbank in Haarlem schuldig aan ‘herhaaldelijke aanranding’ van een patiënt in de inrichting waar ze werkte.
De vrouw stond twee weken geleden terecht wegens aanranding van een man die in de zorginstelling woont. Het 20-jarige slachtoffer heeft een licht verstandelijke beperking. Volgens zijn advocaat heeft hij het denkvermogen van een kind tussen de 8 en 12 jaar oud.
De verdachte heeft tussen oktober en december 2024 meerdere keren seksuele handelingen verricht met de patiënt. Tijdens de zitting vertelde de verdachte dat het slachtoffer zelf ook aandrong op seksuele activiteiten. Dat bleek onder meer uit het app-verkeer tussen de twee.
‘Wederzijdse gevoelens’
De vrouw werkte als persoonlijk begeleider in de instelling. Ze was niet de vaste begeleider van het slachtoffer, maar had wel veel contact met hem. Er ontstond een hechte band, die uit de hand liep. Zo verklaarde de verdachte: “Ik kwam in een soort web terecht. Ik dacht dat ik gevoelens voor hem had. En dat het wederzijds was.”
Het tweetal had op meerdere momenten seksueel contact. Op 22 december 2024 kwam de zaak uit. Het slachtoffer vertelde aan een andere medewerker wat er was gebeurd. De verdachte – die getrouwd is en twee kinderen heeft – nam daarop direct ontslag. De instelling deed vervolgens aangifte bij de politie.
‘Mijn vertrouwen is weg’
De vrouw heeft nu een baan buiten de zorg. Haar registratie als verpleegkundige is geschrapt. Ze ging ook zelf in therapie, een traject dat inmiddels is afgerond. De advocaat van het slachtoffer las tijdens de zitting een slachtofferverklaring voor. Daaruit bleek dat de man zich niet vrij voelde om ‘nee’ te zeggen: “Mijn vertrouwen in mensen is nu weg. Dit heeft diep ingegrepen in mijn leven, vertrouwen en gevoel van veiligheid.”
De officier van justitie eiste eerder twaalf maanden cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De rechter stelde een lagere straf vast: zes maanden cel, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank houdt rekening met het feit dat de vrouw haar baan kwijt is en nooit meer in de zorg mag werken.

