Participatie van inwoners en belangengroepen is een vereiste bij het ontwikkelen en bouwen van vastgoed. Afspraken hierover moeten worden vastgelegd in een participatieverordening. Voorafgaand aan het vaststellen van die verordening wil het college van B&W van Hoorn eerst beschikken over een duidelijke visie, om zo richting te geven aan inwonersparticipatie.

Om deze visie te ontwikkelen worden inwoners, ondernemers, georganiseerde belangengroepen en andere gemeenten geraadpleegd. Het Participatie Platform Hoorn (PPH) heeft inmiddels een eerste reactie gegeven op de conceptvisie.

Kritische noten vanuit Participatie Platform Hoorn

Mevrouw Brugman van PPH geeft aan dat er prettige gesprekken zijn geweest met de wethouder over participatie, maar dat zij het niet met alle punten eens is. Volgens haar schiet echte participatie op dit moment nog tekort. Zo moet participatie plaatsvinden vóórdat de gemeenteraad besluiten neemt en moet duidelijk zijn waar deelnemers daadwerkelijk invloed op kunnen uitoefenen.

Breed gedeelde zorgen in de raad

De genoemde aandachtspunten worden breed gedeeld door de fracties in de raad. HOE?! wil meer nadruk op de wat-vraag dan op de hoe-vraag. Inwoners zouden eerder en intensiever betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van bouwplannen, bijvoorbeeld als coproducenten.

HCVHFT (Hoorn Centraal voorheen Fractie Tonnaer) noemt goede participatie een belangrijk middel om het vertrouwen tussen inwoners en gemeente te vergroten en benadrukt het belang van duidelijkheid. GroenLinks/PvdA vindt dat participatie ertoe moet leiden dat inwoners zich daadwerkelijk gehoord voelen. Het proces moet begrijpelijk blijven en als er beperkingen zijn in de mogelijkheden, moet daar openheid over worden gegeven.

Volgens D66 betekent participatie niet dat er slechts met één vaste groep overleg wordt gevoerd. SHTT (Sociaal Hoorn Team Tonnaer) pleit ervoor te leren van eerdere participatieprocessen die al zijn doorlopen.

Gesprek met Wouter de Vries (D66) over participatie:

Wethouder ziet veel overeenstemming

Wethouder Dick Bennis gaf aan zich in grote lijnen te kunnen vinden in de genoemde standpunten. Het document is volgens hem bedoeld om te komen tot een werkbare vorm van participatie. De uiteindelijke visie zal worden geschreven met inachtneming van de ingebrachte reacties, waarbij de regie bij de gemeente blijft liggen.

Volgens Bennis zit de kunst van participatie vooral in het bereiken van mensen die niet vanzelfsprekend voorop willen lopen. Hij stemde in met de suggestie om te leren van eerdere participatietrajecten. Het idee van coproductie neemt hij echter niet over, omdat dit het voortraject van bouwprojecten volgens hem aanzienlijk kan vertragen.