In de raadszaal werd hij deze week in het zonnetje gezet met een straatnaambord, een gedicht, bloemen en applaus van collega’s. Niet voor niets: Roger Tonnaer is al veertig jaar actief als raadslid in Hoorn – en daarmee de langstzittende politicus van de stad.
Waar anderen na één of twee termijnen afhaken, blijft Tonnaer met onverminderd enthousiasme doorgaan. “Ik geniet er nog steeds van”, zegt hij met een glimlach. “Je moet het niet als een baantje zien. Er moet een ideaal achter zitten.”
Van maatschappelijk werker tot fractieleider
Tonnaer verhuisde ooit van Maastricht naar Hoorn om horlogemaker te worden, maar vond zijn roeping in het werken met mensen. Hij werd maatschappelijk werker, directeur bij Slachtofferhulp en actief in het jongerenwerk. Daar ontstond zijn interesse in de lokale politiek. In 1977 schoof hij voor het eerst aan bij de gemeenteraad.
In de jaren daarna was hij niet alleen raadslid, maar ook zes jaar wethouder. Na zijn vertrek uit de PvdA richtte hij zijn eigen partij op: Fractie Tonnaer. Sindsdien is zijn motto: “Omdat ik u ken”. “Die slogan zegt alles”, aldus Tonnaer. “Ik zie politiek als iets persoonlijks. Je moet weten wat er leeft.”
Een leven vol Hoornse dossiers
In veertig jaar heeft Tonnaer heel wat meegemaakt. Van het redden van historische glas-in-loodramen tot het realiseren van schouwburg Het Park. Zijn dieptepunt? De kunstroof uit het Westfries Museum in 2005. “Ik droom er nog van dat die schilderijen terugkomen”, zegt hij met een zweem van weemoed.
Ondanks alles blijft hij positief. “Met boosheid bereik je niks. Politiek is hard werken, maar het is ook dankbaar. Zeker als je ziet dat je iets kunt betekenen voor je stad.”
Nog lang niet klaar
Hoewel de gemeenteraad steeds sneller vernieuwt, ziet Tonnaer het belang van continuïteit. “Zonder mensen die weten waarom besluiten ooit zijn genomen, verlies je het geheugen van de stad”, zegt hij. Zelf wil hij dat Hoorn opnieuw durft te bouwen aan de toekomst, bijvoorbeeld met een nieuwe woonwijk, desnoods buiten de stadsgrenzen.
Of hij ooit stopt? “Misschien wel, maar nog niet. Zolang ik energie heb én een bijdrage kan leveren, ga ik door.”


