Met een snelheid van zo’n 60 kilometer per uur klapte wielrenner Pim Fransen uit Andijk tegen het asfalt. De 21-jarige renner van clubteam West-Frisia uit Enkhuizen reed de Franse rittenkoers Tour de Deux Sevres in Frankrijk. De daaropvolgende dagen werd hij door de renners ‘de mummie’ genoemd, omdat hij compleet in het verband zat. 

Hoe gebeurde het? 

“Tijdens een afdaling maakte een renner voor mij maakte een slingertje. Die kon ik niet meer ontwijken. Ik lag toen van top tot teen open. Het deed enorm zeer. Heb er wat paracetamol in gegooid en toen ging het wel weer. Ik had hier naartoe geleefd en wilde mijzelf in de kijker rijden. Dus het was wel echt balen.”

Waarom stapte je niet af? 

“Ik hoopte dat het mee zou vallen en ik erdoor zou komen. Je gaat helemaal naar Frankrijk toe en dan wil je niet al na 50 kilometer afstappen.” 

Je bent ook die avond naar het ziekenhuis geweest? 

“De doktoren wilden dat ik niet door zou gaan met de wedstrijd. Ik ben die avond een paar uur in het ziekenhuis geweest en ze vonden het er niet goed uitzien. Ze vertelden mij dat ik niet mocht starten. Ik dacht bij mezelf: die staan toch niet bij de start, dus ze kunnen mij weinig maken.”

Hoe reageerden de mensen om je heen? 

“Die keken gek op dat ik iedere dag aan de start stond. Ik heb denk ik wel wat respect bij ze afgedwongen.”

Hoe heb je je erdoor geslagen? 

“Ik hoopte dat het iedere dag beter zou worden. Gewoon doorzetten en op je tanden bijten. Er zijn wel wat stripjes paracetamol doorheen gegaan. Het ging zeker niet vanzelf.”

Waar heb je last? 

“Mijn hele rechterkant ligt open. Tijdens het slapen en vreemde bewegingen voelde ik het wel. Kleding uitdoen en douchen is nog wel pijnlijk.”

Wat vonden ze er thuis van?

“Mijn ouders en zusjes schrokken wel. Ze vroegen zich af waar ik mee bezig was, maar ze vonden het ook knap dat ik de vierdaagse wedstrijd uiteindelijk heb uitgereden.”

Tekst gaat verder onder de video.

Je hebt toch nog een prijs gekregen? 

“Ja, voor strijdlustigste renner. Dat was wel een mooie beloning voor die paar dagen afzien.”

Staat daar ook nog iets moois tegenover?

“Ik kreeg een wijnpakket. Die heb ik aan een Belgische ploegleider gegeven. Die heeft mij tijdens de wedstrijd geholpen. Met de auto bracht hij mij een paar keer terug wanneer ik gelost was.”

En nu, wanneer stap je weer op de fiets? 

“Ik denk dat ik morgen al een stukje ga fietsen. Komende week heb ik al weer een wedstrijd.”