Bij het uitlaten van zijn hond vond Ludo Ligthart een prehistorische vuistbijl. Inmiddels is de authenticiteit ervan bevestigd. “Wij hebben geen idee hoe zo een bijzonder object daar terecht is gekomen”, vraagt Petra de Wit van het Westfries archief zich af. “Het meest waarschijnlijk is dat het is meegekomen met het zand van ophogingswerkzaamheden.”
Anderhalf jaar geleden werden er ook sporen van prehistorische bewoning bij een voormalig hockeyveld. “Dat bewijst wel dat het gebied al vroeg bewoond werd” verteld De Wit. “En verder ontbreken er in dit deel van West-Friesland vondsten uit de Bronstijd.” Archeologen vonden wel meer naar het oosten aanwijzingen voor bewoning. “In die periode was dat gebied veel geschikter voor bewoning.”
Een vreemd groepje stenen
De vinder van de vuistbijl had in eerste instantie niet in de gaten hoe bijzonder zijn vondst was. “Het leek op een vreemd groepje stenen die bij elkaar werden gehouden door een kleilaag. Het intrigeerde me wel, dus ik bracht mijn hond naar huis en ging terug met een plamuurmes. Thuis spoelde ik de klei weg. Pas toen begon ik te denken aan een vuistbijl.” Ligthart ging vervolgens langs bij het Westfries archief die zijn vermoeden bevestigden.
Moeilijk om causaal verband met eerdere opgraving vast te stellen
“Dat de heer Ligthart het artefact zelf van de vindplaats heeft verwijderd is natuurlijk wel jammer”, meent De Wit. “In dit soort gevallen is het belangrijk dat de context van zo’n opgraving bewaard blijft. Met name het verwijderen van de kleisporen is jammer. Nu wordt het bijvoorbeeld moeilijker, als dat er zou zijn, om een causaal verband vast te met de opgraving bij het hockeyveld. Nu moeten we er vanuit gaan dat de vuistbijl op de stadswal terecht is gekomen door ophogingswerkzaamheden.
Tekst gaat door onder afbeelding.

Gebruikssporen analyse
Ligthart heeft de vuistbijl wel ter beschikking gesteld aan het Westfries archief voor nader onderzoek. Inmiddels zijn is De Wit samen met de archeologische dienst begonnen met een gebruikssporen analyse. “Daarbij bepalen wij hoe prehistorische werktuigen zijn gebruikt, bijvoorbeeld voor houtbewerking, het snijden van vlees of schrapen van huiden. En natuurlijk gaan we ook naar de vindplaats om bodemmonsters te nemen.”


