Afgelopen weekend draaiden we met z’n allen aan de tijd. Niet echt natuurlijk – de zon trok zich er niets van aan – maar toch deden we alsof. We verzetten de klok, schoven een uur op en spraken af dat het nu “later” was dan daarvoor, op hetzelfde moment.
Zomertijd, wintertijd. Het blijven merkwaardige fenomenen.
We doen er niet aan omdat het moet, maar omdat we hebben besloten dat het kan. Als genoeg mensen iets afspreken, voelt het vanzelf logisch. Alsof tijd een meubelstuk is dat je even verschuift voor extra licht in de avond.
Daar zit iets ongemakkelijks in.
Het gaat al lang niet meer alleen over die klok. We zijn gewend geraakt aan het idee dat alles te schuiven is. Werktijden, verwachtingen, grenzen. We plannen dagen vol, schuiven taken door en noemen dat flexibiliteit. Ik merk dat ik daar zelf, ergens tussen koffie en deadlines, net zo hard in meega.
Alsof tijd zich aanpast aan ons tempo.
Maar tijd laat zich niet verplaatsen. We meten die alleen.
Dat weten we al lang. Sinds Einstein liet zien dat tijd geen constante is, maar kan vertragen en vervormen. In dat licht krijgt de zomertijd iets geforceerds. Alsof we met een keukenwekker proberen een sterrenstelsel bij te sturen.
En daar nog tevreden over zijn.
De aarde draait gewoon door. De zon komt op wanneer ze opkomt. En ergens ver weg explodeert een ster, zonder zich iets van onze klokken en agenda’s aan te trekken. Hier zetten wij de tijd een uur vooruit en zeggen: zo, dat is geregeld.
Wat een hoogmoed.
Toch voelt het ook wel prettig, het idee dat er nog ergens een uur te vinden is. Vooral dat uurtje extra als de klok wordt teruggezet.
Totdat dat er niet meer is.
Dat idee stopt niet bij de klok alleen. We verwachten het ook van onszelf. Dat we altijd beschikbaar zijn, altijd doorgaan, altijd nog iets extra’s kunnen doen. Alsof ook wij onszelf naar believen een uur vooruit of achteruit kunnen zetten.
Ik betrap mezelf daar vaker op dan me lief is.
Maar zo werkt het niet.
We verschuiven de dag niet. We verschuiven alleen onze afspraak daarover. Geen kosmische ingreep, maar een administratieve. En ondertussen blijft de werkelijkheid precies even groot — alleen onze verwachtingen schuiven mee.
En toch blijven we het doen. Jaar na jaar. Alsof we blijven oefenen met dezelfde gedachte: dat alles maakbaar is, zelfs de tijd.


