West-Friesland heeft in de afgelopen decennia een ingrijpende transformatie ondergaan. Tussen 1940 en 2010 werd maar liefst 50.000 hectare van de 78.000 hectare aan landschap in West-Friesland gereorganiseerd en verkaveld. In de documentaire ‘Van Kloeten naar Kavels’ werpen we een blik op het nieuwe landschap van West-Friesland.

Waar vroeger tuinders hun oogst met kleine schuiten door een netwerk van duizenden vaartjes en sloten vervoerden, zien we nu lange rechte wegen die door uitgestrekte groene akkers en boomgaarden snijden. Het idyllische beeld van de duizenden eilandjes – alleen bereikbaar per schuit en met boeren die op kleinschalige wijze hun producten verbouwden – is bijna verdwenen.

In juni 1945 werd Sicco Mansholt, een verzetsman uit de Wieringermeer, door PvdA-premier Wim Schermerhorn gevraagd om minister van Landbouw en Voedselvoorziening te worden in het eerste naoorlogse kabinet. Mansholt’s belangrijkste taak was om de voedselvoorziening van Nederland te herstellen, een noodzaak aangezien het land op dat moment nog maar een week aan voedselvoorraden had.

Gedreven door de wens om de landbouw te moderniseren, mechaniseren en te schalen, zag Mansholt de ruilverkaveling als het middel om zijn doelen te bereiken. Hij hoopte dat de schaalvergroting de economische voordelen voor boeren zou vergroten, hen betere leefomstandigheden zou bieden en zelfs de mogelijkheid tot vakanties zou creëren.

Varende boeren

Vóór de ruilverkaveling waren de levensomstandigheden van tuinders in West-Friesland bescheiden. De regio was voornamelijk een vaarpolder, waar transport over water plaatsvond. Schuiten werden dagelijks gebruikt om verschillende percelen op de eilandjes te bereiken.

Al sinds de middeleeuwen werd grond gewonnen door het graven van slootjes. Deze slootjes werden uitgegraven en vruchtbare aarde werd over de eilandjes verspreid. Dit resulteerde in een uniek, ecologisch rijk landschap.

Deze kleinschalige aanpak maakte het moeilijk voor grootschalig voedsel verbouwen. De geoogste producten werden per schuit naar de regionale veilingen gebracht, waarbij snelheid cruciaal was vanwege de versheidsbeperkingen. De plannen van Mansholt leidden tot een toenemende export van groenten en fruit in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, waardoor de noodzaak om het landschap aan te passen nog dringender werd.

Op de tekentafel is een nieuw West-Friesland ontworpen. Het landschap zou worden rechtgetrokken, en kleine percelen werden geruild voor grotere, aaneengeschakelde kavels met directe toegang tot de weg voor transport.

Wat overbleef van het historische West-Friese landschap na de ruilverkaveling is minimaal. Grote bulldozers en draglines, speciale sleepgravers, dempten de kleine slootjes. In de jaren na de verkaveling was het landschap kaal en grijs. Terwijl de biodiversiteit dramatisch afnam, groeide de economie aanzienlijk.

Polder Het Grootslag

Bron: Kadaster

In de winter van 1973 schaatste Tjalling James door de streek naar Andijk in het historische vaarlandschap van Het Grootslag. Net afgestudeerd als cultuurtechnicus in Arnhem, begon hij als ambtenaar bij de Cultuurtechnische Dienst, waar hij de Ruilverkavelingscommissie adviseerde en ondersteunde. Het project voor de komende jaren was de ruilverkaveling van de vaarpolder Het Grootslag.

Eerder waren aanvragen binnengekomen bij de overheid voor de ruilverkaveling van Het Grootslag, waarin werd gewezen op verouderde productieomstandigheden. Het ministerie van Landbouw en Visserij adviseerde de Cultuurtechnische Commissie om Het Grootslag op het ruilverkavelingsschema te plaatsen. In 1961 begon het onderzoek naar verbeteringsmogelijkheden, waarbij bijna dertig diensten van het Rijk, provincie en gemeente betrokken waren. In 1969 werd een rapport uitgebracht dat als basis diende voor het project.

Sloten gedempt

Draglines en diepploegen werden ingezet, en ze bouwden een nieuw gemaal in Andijk. De oude kavels werden ontruimd, gebouwen, molentjes en boerderijen verdwenen, sloten werden gedempt, en de vruchtbare aarde werd gelijkmatig verdeeld over het land.

Tekst gaat verder onder de video.

Tijdens de werkzaamheden werden kavels geruild, zodat elke tuinder een aaneengeschakeld stuk grond kreeg. Schattingscommissies bepaalden de waarde van de grond op basis van oppervlakte en kwaliteit. Van de oorspronkelijke 4138 kavels werden uiteindelijk 701 overgehouden. Van 1175 bedrijven die vóór de ruilverkaveling bestonden, bleven er na afloop nog 520 over.

In de plannen voor de ruilverkaveling werden sommige stukken land niet meegenomen. Deze gebieden, nu bekend als De Weelen, waaronder de Lutjebroek Weel, de Natte Cel, de Witte Vlek en het Streekbos, bleven behouden als overblijfselen van het historische landschap. Ze kregen de functie van natuur- en recreatiegebied, wat door veel agrariërs als onlogisch werd beschouwd. De stijgende grondprijzen en de moeilijkheden bij de rationalisering leidden ertoe dat deze gebieden ongemoeid bleven.

Met de verkaveling kwamen ook nutsvoorzieningen langs nieuw aangelegde wegen. Oude schuren van tuinders zijn vervangen door nieuwe bedrijven langs de weg. Tegenwoordig zijn deze bedrijven uitgegroeid tot grote agro-industriële complexen met koelcellen, kassen en zelfs woningen voor personeel. De groei van Het Grootslag gaat door, en de grootste bedrijven breiden uit naar Flevoland voor extra productiecapaciteit.

Documentaire bij streekomroep

Komende zondag komt de tweede aflevering van “Van Kloeten naar Kavels” online. Dit keer kijken we naar de economische impact op tuinders in de regio. Bij de familie Slagter zien we hoe ze van kleine vaarboer naar een van de grootste bloemkooltelers van het land gingen.

De serie “Van Kloeten naar Kavels” is gemaakt met ondersteuning van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, www.fondsbjp.nl.