De campagne van de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn om het standbeeld van J.P. Coen te verplaatsen naar het Westfries Museum in Hoorn heeft komende zaterdag zijn tweede uiting. Het tweede protest van de aangekondigde tien zal door de Hoornse binnenstad trekken. Om 13.00 uur vertrekt de actiegroep vanaf het station Hoorn naar het standbeeld op de Roode Steen.
De reeks protesten werd aangekondigd nadat de gemeenteraad van Hoorn geen besluit nam over het beeld. De Werkgroep Slavernijverleden Hoorn startte de campagne van tien protesten met het lanceren van een petitie. De petitie roept op tot verplaatsing van het standbeeld naar de tuin van het Westfries Museum, waar het volgens de initiatiefnemers in de juiste historische context geplaatst kan worden. Deze petitie is ondertussen ruim 3.700 keer ondertekend. Niet veel later startte ook een tegenpetitie, waarin wordt gesteld dat het standbeeld hoort bij Hoorn en zijn geschiedenis. De petitie kon rekenen op ruim 690 handtekeningen.
Jan Pieterszoon Coen
Het standbeeld van Coen is volgens de actievoerders een verheerlijking van de ‘slachter van Banda’. Deze bijnaam kreeg Jan Pieterszoon Coen toen hij in 1621 de lokale bevolking van het eiland Banda uitmoordde en verdreef. Na de acties van Coen was het eiland praktisch ontvolkt en waren de oorspronkelijke 15.000 inwoners gestorven of in slavernij afgevoerd naar Batavia.
In de online tentoonstelling ‘Pala – Nutmeg Tales of Banda’ van het Westfries Museum is meer informatie te vinden over de geschiedenis van het eiland Banda, en de rol van Jan Pieterszoon Coen in de geschiedenis van het eiland. Bekijk de tentoonstelling hier.


