We delen dieren graag in. Niet volgens de biologische wetenschap, maar volgens hun aaibaarheid. Een hond is een gezinslid. Een kat heeft personeel. Een koe levert melk, een varken bewaakt ons spaargeld en een duif bezorgt vooral ergernis. De vogel kan er zelf weinig aan doen, maar is ooit ingedeeld in de categorie die op weinig mededogen hoeft te rekenen.
Daaraan moest ik denken bij het lezen van een restaurantreview. De schrijver had gezellig op een terras gezeten. De sfeer was prettig, de serveerster vriendelijk en er werd zelfs gezongen. Dat veranderde toen volgens de recensent iemand van het personeel met een onbekend voorwerp een duif raakte. Het bebloede dier viel voor de ogen van de terrasgasten dood neer. De gasten schrokken en de duif werd vervolgens richting de goot geveegd. In de omgeving zouden nog twee dode duiven hebben gelegen.
De eigenaar van het restaurant ontkende het verhaal. Volgens hem was de duif door een auto aangereden en had het personeel het dier alleen opgeruimd.
Dat kan. Een restaurantreview is geen proces-verbaal en een terrasbezoeker is geen rechercheur. We weten dus niet wat er werkelijk is gebeurd.
Opvallender vond ik de toon van het antwoord.
“Haha, u ziet ze echt vliegen”, schreef de eigenaar. Ook liet hij weten dat hij deze recensie “niet kon laten schieten.” De gast kon het bericht maar beter verwijderen en een bakkie komen halen.
Vooral dat bakkie moet de zaak oplossen.
Misschien met een koekje erbij. En zolang er geen veren aan kleven, praten we nergens meer over.
Het voorval staat niet op zichzelf. Volgens het Haarlems Dagblad werd op een Haarlems terras in 2024 voor de ogen van gasten een duif gegrepen en onthoofd. De betrokken man was voormalig voorzitter van Stichting Knuffeldier. De werkelijkheid heeft soms geen columnist nodig. Ze schrijft haar eigen satire.
Ook overheden worstelen met duiven. In de Duitse stad Limburg an der Lahn stemden inwoners ervoor honderden duiven te laten doden. Ze zouden worden gevangen en door nekbreuk om het leven worden gebracht. Uiteindelijk ging het plan niet door, omdat de vereiste toestemming werd geweigerd.
Elders worden duiveneieren vervangen door kunsteieren of worden roofvogels ingezet om de dieren te verjagen. Een begeleider van de roofvogels vatte die aanpak nuchter samen: “Een dode duif kan niets meer leren.”
Kennelijk lukt het ons dus soms om overlast te bestrijden zonder de veroorzaker meteen uit te schakelen.
Dat is geen overdreven dierenliefde. Duiven kunnen hinderlijk zijn. Ze laten overal iets achter, lopen over terrastafels alsof zij hebben gereserveerd en wachten zelden tot de bediening hun bestelling opneemt. Een ondernemer hoeft zijn terras niet vrijwillig tot duivenrestaurant te verklaren.
Maar er bestaat nog iets tussen vertroetelen en doodslaan.
Onze houding tegenover dieren zegt uiteindelijk minstens zoveel over onszelf als over het dier. Een hond langs de weg krijgt een deken en een dierenambulance. Een dode duif krijgt een bezem.
Hoe menselijk we zijn, blijkt misschien pas zodra een dier ons in de weg zit.


