Jan de Jong (77) woont letterlijk tussen het verleden én het heden. Als vrijwilliger van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik woont hij al 23 jaar op station Twisk, waar hij toeristen verwelkomt die langskomen rijden met de befaamde stroomtram.

De 77-jarige Jan de Jong heeft vrijwel zijn hele leven doorgebracht tussen de treinen en trams. Eerst als conducteur, later als vrijwilliger bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik.

“Vroeger woonde ik in Houten, naast Utrecht. Maar de mooiste weekenden waren die waarop mijn vrouw en ik naar Hoorn kwamen om de stoomtram te bewonderen”, vertelt De Jong.

Toeristen groeten op station Twisk

Ze besluiten daarom om naar Twisk te verhuizen en op een van de stations van de Museumstoomtram te gaan wonen. Bij het museum volgt hij een opleiding tot chef en werkt hij daarna op de stoomtram of verwelkomt hij toeristen op het station in Twisk.

Een tafereel net als vroeger. “Mijn vrouw was de was aan het doen, terwijl de stoomtram voorbij reed – precies zoals het honderd jaar geleden ging. We droegen speciale uniformen en historische kleding. Dat was echt geweldig!”

Terug in de tijd

Het huis bestaat uit twee delen, waardoor het lijkt alsof er twee werelden naast elkaar bestaan. In het eerste deel woont Jan zelf. Overal zijn treinen en trams te zien. De Jong wijst trots naar zijn verzameling modellen van Nederlandse treinen en trams die ooit door het land hebben gereden.

Tekst gaat verder onder de foto.

In het andere gedeelte van het huis lijkt de tijd stil te hebben gestaan. Er staan oude koffers, een wachtkamer vol houten banken, een telegraaf en er hangen vergeelde spoorkaarten aan de muur. “Ik ben dol op al deze spullen”, zegt De Jong met trots. “Bijvoorbeeld een oud petroleumkacheltje herinnert me aan mijn jeugd. Mijn oma had er precies zo een. Elke zondagavond kookte ze daarin de was.”

In de zomermaanden staat De Jong klaar op het perron om de passerende stoomtram te begroeten. “Dat is het mooiste moment van de dag”, zegt hij. Al 23 jaar zwaait hij de toeristen na met een glimlach. “Ik vind het nog steeds bijzonder werk om te doen.”