Vroeger hing er bij veel huizen een touwtje uit de brievenbus. Je trok eraan en de deur ging open. Je liep gewoon naar binnen. Dat was geen sociale controle. Dat was saamhorigheid. Noem het nabuurschap.
Zo ging dat ook in de straat van mijn jeugd. Bij de overburen hoefden we nooit aan te bellen.
Onze straat was zo smal dat we vanuit de woonkamers bij elkaar naar binnen konden kijken.
Het was een zinderende zomeravond. Zo een waarop de straat door de hitte leek te trillen. Misschien wel net zo warm als we de laatste tijd hebben meegemaakt.
Plotseling schoot er iets door hun kamer.
Een aardappel.
Met een enorme klap en gerinkel vloog hij dwars door de ruit naar buiten.
De gemoederen waren net zo verhit als het weer.
Mijn moeder stond al op voordat de aardappel was uitgestuiterd.
“Kom, we gaan even kijken.”
De overbuurvrouw – die ik altijd tante noemde – zat zwijgend aan tafel. Voor haar lag een berg geschilde aardappelen. In de ruit gaapte een gat. Ome staarde naar de ravage. De aardappel was kennelijk voor hem bestemd, maar had zijn doel gemist. Waar ze ruzie over hadden, heb ik nooit geweten.
Opmerkelijk genoeg leek de kapotte ruit ineens belangrijker dan de ruzie zelf. Het ging alleen nog over de schade. Ons onverwachte bezoek werkte als een bliksemafleider. Wat begon als een flinke ruzie eindigde met een gezamenlijk bakkie koffie. Niet veel later werd er alweer gelachen.
Ineens ging het niet meer over wie er gelijk had.
Maar over hoe dat raam weer dicht moest.
“Voortaan schil ik de aardappelen zelf,” bromde ome.
Dat besluit hield precies één avond stand.
De volgende ochtend kwam de glaszetter. Een nieuwe ruit erin en je zag er niets meer van.
Ik moest aan die avond denken toen Nederland de afgelopen weken overschakelde op de hittemodus. Overal kwamen protocollen in werking. Er was een Nationaal Hitteplan. Scholen schakelden over op een tropenrooster. En het KNMI waarschuwde met steeds zwaardere kleurcodes.
Van al die kleurcodes krijg je soms groen en geel voor je ogen. Welke protocollen er in werking treden, weet bijna niemand. Maar zodra het KNMI meldt dat code rood is afgeschaald naar code oranje, voel je je meteen een stuk veiliger. Terwijl de thermometer nog steeds 35 graden aanwijst.
Dat wil niet zeggen dat al die waarschuwingen onzin zijn. Integendeel. Kwetsbare mensen lopen tijdens langdurige hitte echt gevaar. Het Nationaal Hitteplan zal ongetwijfeld levens redden.
Maar misschien vertelt dat hitteplan ons óók iets.
Niet alleen over de temperatuur.
Maar vooral over onze samenleving.
Toen de aardappel door de ruit vloog, wachtten we niet op een protocol.
We staken gewoon de straat over.
Zo ging dat toen.
Misschien hadden we vroeger ook een hitteplan.
Alleen stond het nergens op papier.
Misschien was dát vroeger onze code.
Niet rood.
Niet oranje.
Mijn moeder zei alleen:
“Kom.”
“We gaan even kijken.”


