Stel dat iemand je vraagt een functie te vervullen waarvoor je weinig betaald krijgt, veel tijd moet vrijmaken en waar je gegarandeerd kritiek zal krijgen. Sterker nog: de kans is groot dat je wordt uitgescholden op sociale media. Of dat iemand je persoonlijk verantwoordelijk houdt voor een besluit waar hij het niet mee eens is.
Zou je het doen?
Volgende week zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Dan kiezen we inwoners uit onze eigen gemeente voor de gemeenteraad.
In heel Nederland steken daarvoor weer mensen hun hand op. Ook hier in West-Friesland: in Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Drechterland, Stede Broec, Koggenland en Opmeer.
Dat verdient meer waardering dan we misschien beseffen, want het politieke klimaat is de laatste jaren veel harder geworden.
Over de hele wereld staat democratie onder druk. Leiders die verkiezingsuitslagen alleen accepteren als ze winnen. Politici die tegenstanders wegzetten als vijanden. Partijen die samenwerking afdoen als verraad. Een politieke stijl van alles of niets.
Wie niet voor ons is, is tegen ons. Wie niet wint, moet het systeem wel manipuleren.
Het lijkt ver weg – Washington, Moskou, Kiev, Teheran – maar die politieke stijl klinkt steeds vaker ook dichter bij huis door.
Ook hier zien we partijen die vooral ergens tégen zijn. Die alleen willen meebesturen als ze alles krijgen – en compromis beschouwen als verlies. Ze framen politiek als een strijd die je moet winnen, niet als een verantwoordelijkheid die je samen draagt.
Maar de democratie is geen bokswedstrijd. Besluiten zijn vaak compromissen waar zelden iedereen helemaal tevreden mee is. Meedoen aan het besluitvormingsproces vraagt om de bereidheid te luisteren naar mensen met wie je het grondig oneens kan zijn.
In de gemeenteraad zitten geen wereldleiders, maar inwoners. Mensen die overdag werken, ’s avonds dossiers lezen en besluiten nemen over zaken die ons allemaal raken.
Besluiten waar altijd wel iemand boos over is. En dat mag. Dat is geen zwakte. Dat is precies de bedoeling. Juist daarom is de lokale democratie misschien wel de eerlijkste vorm van politiek die er bestaat.
Maar ergens zijn we een grens over gegaan.
Kritiek verandert steeds vaker in intimidatie. Discussie in scheldpartijen. In Nederland krijgt een aanzienlijk deel van de raadsleden te maken met bedreigingen of agressie.
En we hebben het hier niet over ministers met beveiliging, maar over mensen die je tegenkomt in de supermarkt. Bij de bakker. In het café om de hoek. De trainer van het jeugdteam van je kind. De vrijwilliger van de muziekvereniging. De buurvrouw die zich kandidaat stelt voor de gemeenteraad.
Mensen die hun vrije tijd opofferen om hun gemeente te besturen.
Ondertussen zien ze op televisie wereldleiders die democratische spelregels openlijk aan hun laars lappen. Politici die verkiezingsuitslagen in twijfel trekken. Regeringsleiders die rechters, journalisten en tegenstanders wegzetten als vijanden. Dat sijpelt door. Het voedt het idee dat alleen winnen telt.
Maar democratie werkt alleen als mensen bereid zijn ook hun verlies te nemen – en daarna weer met elkaar om de tafel te gaan.
Daarom verdient één groep mensen vandaag een woord dat we misschien te weinig uitspreken: respect.
Dat zijn de mensen die zich kandidaat stellen voor de gemeenteraad.
Niet omdat ze altijd gelijk hebben, maar omdat ze verantwoordelijkheid willen dragen in een tijd waarin dat steeds minder vanzelfsprekend is.
Democratie wordt niet alleen bedreigd door autocraten of intimidatie van tegenstanders. Ze wordt ook uitgehold door cynisme. Door politici die alleen willen winnen. Door partijen die wel schreeuwen maar niet willen samenwerken.
Want zonder compromis is er geen democratie – alleen conflict.
Natuurlijk zijn er regels nodig. Maar zonder mensen die verantwoordelijkheid willen nemen, blijven die regels slechts woorden op papier.
Daarom zit de echte kracht uiteindelijk nog ergens anders: bij de mensen die hun hand opsteken en zeggen:
“Laat mij het doen.”


