Het roddelcircuit is een wonderlijk verschijnsel. Een circuit suggereert dat er iets rondgaat en uiteindelijk weer bij het beginpunt terechtkomt. Alleen is het verhaal bij terugkomst meestal niet meer hetzelfde.
Vroeger hadden we daar spionnetjes voor.
Kleine spiegeltjes aan het raam waarmee je vanuit je stoel kon zien wie er door de straat liep, zonder opzichtig achter de vitrage te staan. Een primitieve vorm van sociale media, geen wachtwoord nodig.
Je zag de buurvrouw vertrekken, de melkboer komen en een onbekende man drie huizen verder aanbellen.
Vooral die onbekende man was interessant.
Wie was dat? Wat moest die daar? En waarom bleef hij zo lang?
Het spionnetje gaf geen antwoord, maar daar hadden we de roddeltante voor. Die hoefde geen familie te zijn. Mannen kunnen trouwens ook uitstekend roddelen, al noemen die het vaak „even bijpraten”.
En dan had je de postbode en de melkboer. Over beiden deden hardnekkige verhalen de ronde.
De postbode zou alle brieven lezen. Hoe hij dat deed zonder dagelijks honderden enveloppen open te stomen, was een detail waarmee een goede roddel zich niet bezighield.
De melkboer kreeg andere kwaliteiten toegedicht. Die leverde niet alleen melk aan de deur, maar droeg volgens de geruchten hier en daar ook bij aan de uitbreiding van het gezin. Het legendarische „kind van de melkboer” liep in menige straat rond zonder dat iemand ooit de administratie controleerde.
Een soort voorloper van de fertiliteitskliniek, maar dan met een melkkar.
Joris Driepinter. Met melk meer mans.
Die reclamekreet kreeg zo achteraf een betekenis die waarschijnlijk nooit de bedoeling was.
Het mooie van roddelen is dat vrijwel niemand toegeeft eraan te doen.
„Ik wil niet roddelen, hoor…”
Na zo’n opening is het verstandig iets dichterbij te gaan zitten.
Later kregen we de roddelbladen. Die werden uiteraard nauwelijks gelezen. Behalve bij de kapper. Daar lagen ze toevallig en als je toch moest wachten, kon je moeilijk naar de vloer blijven kijken.
Zelf kopen deed bijna niemand ze.
Vermoedelijk kochten alleen kappers roddelbladen.
De spionnetjes verdwenen. De buren bespieden werd een beetje ordinair.
We hebben dat probleem opgelost.
We doen het nu digitaal.
Wie doet het met wie? Wie heeft ruzie? Wie gaat scheiden? Voor zulke levensvragen bestaan tegenwoordig zelfs juicekanalen.
Toen ik dat woord voor het eerst hoorde, dacht ik dat het iets met sinaasappelsap te maken had.
Dat bleek een ernstige vergissing.
De roddeltante van vroeger had een beperkt bereik. Op een gegeven moment was de straat uitverteld. Tegenwoordig kan de hele natie buurvrouw zijn.
En toch zijn we gevoeliger voor privacy dan ooit. Websites vragen toestemming voor cookies. Maar als een bekende Nederlander met een onbekende vrouw uit een restaurant komt, willen we toch weten wie zij was.
Onze eigen privacy is heilig. Die van een ander blijkt vooral interessant.
Roddelen heeft een merkwaardige morele boekhouding. Over een ander iets doorvertellen is belangstelling. Wanneer een ander hetzelfde over ons doet, is het achterklap.
Sociale media hebben roddelen niet uitgevonden. Ze hebben vooral de bezorging verbeterd. Vroeger ging een verhaal van voordeur naar voordeur. Nu kan het binnen enkele minuten de hele wereld over.
Onderweg gebeurt nog altijd hetzelfde. Iemand heeft iets gezien. De volgende weet wat het betekende. Nummer drie kent de reden en nummer vier weet zeker dat het al maanden speelt.
Een correctie reist langzamer. „Het bleek toch anders te zitten” is nu eenmaal minder sappig.
Zelf roddel ik uiteraard nooit.
Ik hoor alleen opvallend veel.
En alles uit betrouwbare bron.
Dus niet verder vertellen.


