Jarenlang was de dierenopvang in West-Friesland een ondergeschoven kindje. Kwetsbare dieren waren in veel gevallen compleet afhankelijk van vrijwilligers, die thuis bijvoorbeeld vogels en konijnen opvingen. Totdat West-Friese gemeenten afgelopen zomer met een financiële injectie kwamen. Hoe is het een paar maanden later gesteld met de dierenopvang in de regio? 

In West-Friesland werd er jaren gesteggeld over de opvang van dieren. Sinds begin 2022 was er in de regio geen plek meer om knaagdieren en gevogelte op te vangen, want Wildopvang de Bonte Piet in Midwoud zat vol. En dus ving dierenliefhebber Ellis Klinkenberg tien konijnen bij haar thuis op.

Dat kon zo niet langer, vond Gerben Gringhuis, wethouder in de gemeente Medemblik. Hij stelde daarom voor om gezamenlijke afspraken te maken tussen de West-Friese gemeenten. “Dierenwelzijn zat een beetje in het vergeethoekje”, erkent hij. Gringhuis: “Er kwam een keer een persvraag: wie heeft dierenwelzijn in zijn portefeuille? Toen viel er een stilte. Dat was helemaal niet gewaarborgd.” 

18 duizend euro subsidie

In juni stelde de gemeente Medemblik een subsidie van 18.000 euro beschikbaar voor de opvang van de dieren. “We hadden daar budget voor en dachten: laten we er nu alsjeblieft de snelheid in blijven houden”, zegt Gringhuis. 

De samenwerking maakt het mogelijk om de opvang van dieren meer te centraliseren. “Het is goed dat de Dierenambulance nu weet waar ze met de dieren terechtkunnen”, zegt Jan Wessemius, voorzitter raad van bestuur van Dierentehuis Hoorn.

De eerste tekenen van vooruitgang zijn in Hoorn goed zichtbaar. Sinds juli zijn er nieuwe kooien geplaatst, waardoor ook knaagdieren bij de opvang terechtkunnen. “Inmiddels hebben we verschillende konijnen en cavia’s ondergebracht”, vertelt Wessemius. “Maar we moeten nog kijken hoe we omgaan met vogels of andere zwerfdieren.” 

De Dierenambulance heeft de wens om een eigen onderkomen te realiseren, op het terrein van het Dierentehuis in Hoorn en is al enige tijd in afwachting van de juiste vergunningen. 

‘We hebben een spoedgeval’

Gringhuis reed vorige week een middag mee met de vrijwilligers van de Dierenambulance, om met eigen ogen te zien hoe zo’n dienst in de praktijk gaat. Een rustige middag wordt het allerminst. “We moeten meteen gaan, want we hebben een spoedgeval”, vertelt Debbie, vrijwilliger van Dierenambulance Hoorn. 

De meeloopmiddag start triest. In Sijbekarspel komt de hulp te laat. Op straat is kat King overreden door een busje. Het beestje overleeft de klap niet. “Dit is alweer de derde van vandaag”, vertelt mede-vrijwilliger Marcel. 

Tekst gaat verder onder de foto.

De nieuw geplaatste kooien bij het Heberdina Japin-Timmer Dierentehuis zorgen ervoor dat er plek is voor meer dieren

De kat blijkt niet gechipt te zijn, waardoor zijn baasje onbekend is. Totdat de eigenaar ineens contact opneemt. Na een telefonisch gesprek vol verdrietig nieuws, volgt het ongeloof. “Hij is echt overleden, meneer”, moet Debbie de man helaas vertellen.

Vanuit Sijbekarspel rijdt de Dierenambulance naar Zwaag en Hoorn. Daar halen ze een rochelende egel op en een duif met pokken, die bij De Bonte Piet in Midwoud worden onderzocht. Dan gaat Debbies telefoon weer over: het baasje van de overleden kat King wil hem ophalen om afscheid te kunnen nemen. 

Volwassen man met tranen in zijn ogen

Ook dat hoort blijkbaar bij het werken bij de Dierenambulance en tekent ook direct de noodzaak van het voortbestaan ervan. 

Bij het Dierentehuis in Hoorn wordt King herenigd met zijn baasje. Geëmotioneerd sluit de stoer ogende man de overleden kat in zijn armen, maar het is niet meer hetzelfde. Ook voor Debbie blijven deze momenten moeilijk. “Zo’n volwassen man staat hier met tranen in zijn ogen, dan ga ik ook.”