Een kermis zonder zweefmolen, schiettent en oliebollenkraam. Moeilijk voor te stellen misschien, maar in steeds meer dorpen wordt het door tegenvallende inkomsten steeds moeilijker om kermisexploitanten te strikken. Soms lukt het met wat kunstgrepen toch, zoals in Twisk. “Blije kinderen, dat is alles.”

Fred Wagemaker en Sten Nieuweboer bij 'de zweef' in Twisk

Het West-Friese lintdorp Twisk wordt deze zaterdagmiddag getrakteerd op een strakblauwe lucht en de nodige zonnestralen. Ideaal weer voor een rondje in de zweefmolen tijdens de eerste kermisdag, traditiegetrouw in het paasweekend.  

Het dorpsplein is goed gevuld, met ook een schiettent, happertjes, vliegtuigjes, een snoep- en oliebollenkraam, eendjes vangen en ballen gooien. Dit tot grote tevredenheid van Twiskers Fred Wagemaker Sten Nieuweboer. “We hebben het weer geflikt”, klinkt het. “Kinderen die blij zijn, dat is alles.”

Basisschool met 80 leerlingen

Wagemaker ving in 2018 geluiden op dat de attracties niet meer zouden komen. De reden: de exploitanten verdienden er door kosten en geringe belangstelling te weinig aan. Twisk telt zo’n 1.000 inwoners en de basisschool 80 leerlingen.

“Ik ken de exploitant van de zweefmolen goed, dus ik belde hem op. ‘Hier ben ik het niet mee eens. Ga er maar vanuit dat je gewoon moet komen’, zei ik tegen hem.”

Wagemaker stelde voor om ‘startersgeld’ in te zamelen, zodat de (meeste) kosten voor de kermisexploitanten zijn gedekt. Samen met zijn maatje Sten Nieuweboer (‘hij is goed in het zoeken van sponsors’) werden lokale bedrijven benaderd. “Toen was het snel opgelost. Zo doen we het sindsdien ieder jaar. Ze weten dat het goed komt.”

Tekst gaat door onder de foto

Exploitant Rick Braak uit Grootebroek staat deze zaterdag in zijn schiettent. Hij heeft ook nog een zweefmolen, draaimolen en een oliebollenkraam en kent de verhalen uit de kleine gemeenschappen.

“We staan hier allemaal met ondernemers en de rekeningen moeten worden betaald. Zo’n idee als hier in Twisk kan net het zetje zijn waardoor het wel aantrekkelijk wordt om op te bouwen.” 

“We staan hier allemaal met ondernemers en de rekeningen moeten worden betaald”

Rick Braak – kermisexploitant

Als voorbeeld haalt hij de kermis in De Weere aan. “Daar kregen we na corona een andere plek aangewezen, verder weg van het café. Daar draai ik nog maar 40 procent van de eerdere omzet. Dat schiet niet op.”

De kermis in Avenhorn slaat hij dit jaar al over. “Daar is gewoon te weinig animo. Voor mijn andere attracties moet ik personeel inhuren, dus dan kost het alleen maar.”  

Veel kosten op eigen rekening

In een klein dorp als Zandwerven zijn de attracties al ‘gesneuveld’ en ook in Midwoud worden de attracties met kunst-en-vliegwerk behouden voor de plaatselijke jeugd. “Wij nemen als kermiscomité veel kosten voor onze rekening”, zegt Gert Jan van Dijk. “Gelukkig hebben we heel wat sponsors en kregen we een aantal jaar geleden een mooi bedrag van de Dorpsveiling.”

Ze proberen de komst zo laagdrempelig te maken. “Denk aan de huur van een aggregaat, waarop de attracties draaien. Die wordt dan weer gesponsord door een lokaal bedrijf. De exploitanten moeten bij ons eigenlijk voor niets kunnen staan, zodat ze snel winst draaien. Anders wordt het een lastig verhaal.”

“Ik wil dat mijn kinderen ook in de zweef kunnen, net als wij dat vroeger deden”

Sten Nieuweboer – inwoner van Twisk

De blik van Nieuweboer en Wagemaker is gericht op de zweefmolen, die trouw zijn rondjes draait. “Als we dit niet hadden gedaan?”, herhaalt Nieuweboer de vraag. “Dan hadden we nu een leeg plein en geen kermis meer.” 

Het is een scenario waar hij niet aan wil denken. “Dat zou heel triest zijn. Ik wil dat mijn kinderen ook in de zweef kunnen, net als wij dat vroeger deden. Een dorp zonder eigen kermis, dat kan niet!” 

Kermis in Twisk

Kerremus! 🎡🎠

De zweefmolen, kermisborrels en Lappendag: de kermis is onlosmakelijk verbonden aan de regio West-Friesland. Is het een ordinair zuipfeest of een verbindende factor? De West-Friese redactie verdiept zich een seizoen lang in dit fenomeen en belicht de kermis in de verhalenserie ‘Kerremus!’ van alle kanten.