Mijn alter ego Peter kwam thuis van de vergadering van de Hoornse raadscommissie met in zijn hoofd een bijna voortdurende herhaling van een piepklein stukje debat. Een stukje debat dat hem tot diep in de nacht bezig hield, omdat daar even iets werd gezegd dat over het meest wezenlijke van de lokale democratie ging: het debat zelf. Het was een bijna vertwijfelde opmerking geweest van de fractieleider van de helft van de fractie Sociaal Hoorn/Fractie Tonnaer, Jeroen van der Veer. Een opmerking die misschien wel de allerbelangrijkste zou kunnen zijn van het Hoornse politieke vergaderjaar 2026.

Jeroen maakte de opmerking toen hij door de voorzitter gemaand werd zijn vraag of antwoord een beetje kort te houden. Hoezo kort? Als hij niet uitgebreid zijn verhaal kan doen, dan kan hij net zo goed thuis blijven. Hoe dodelijk zou de regel om een betoog zo kort mogelijk te houden niet kunnen zijn voor de boodschap die dient over te komen? In het onderwijs van tegenwoordig wordt de leraar aangeraden zijn verhaal kort te houden, omdat de spanningsboog van de leerling niet al te groot is en elk jaar zelfs een beangstigend stuk korter.

Maar in de Hoornse raadzaal zitten volwassen mensen met een belangrijke boodschap over soms ingewikkelde materie. De regel om een inleidende pitch van een krappe minuut te houden doet vaak afbreuk aan de mogelijkheid een mening duidelijk uiteen te zetten. Besluiten dienen nimmer lichtvaardig te worden genomen of op basis van te weinig inzichten.

Gelukkig is er de mogelijkheid om na de pitch verduidelijkende vragen te krijgen over wat je met je bijdrage precies bedoelde en daar wordt meestal goed gebruik van gemaakt. Dat wordt doorgaans vanuit twee bedoelingen gedaan. Natuurlijk om echt de aanvullende informatie te verkrijgen zodat het betoog helemaal duidelijk is, maar vaak ook (en misschien wat meer in de eerste plaats) om de pitcher te polsen hoe zijn/haar fractie dan staat tegenover het inzicht van de fractie van de vragensteller.

Zo krijg je natuurlijk ook een debat en omdat er bij elke Hoornse raads- en commissievergadering dertien totaal verschillende fracties dit ook daadwerkelijk doen bij elk onderwerp, zou men zo maar kunnen denken dat hierdoor ruim voldaan is aan de regels voor een goed debat.

Laat ik een inzicht van mijzelf over de Hoornse debatten met je delen: alle verschillende inzichten vanuit dertien verschillende gezichtspunten krijgen echt wel een plekje in de uren dat de vergaderingen duren. Maar heb je dan ook een echt debat gehad? Heeft Jeroen van der Veer tijdens zo’n vergadering de gelegenheid gehad om de fractie-uitgangspunten te belichten?

Jawel en helaas niet volgens Jeroen, maar wel volgens veel andere sprekers, meer dan genoeg. Toch heb ik veel te vaak het gevoel dat in de Hoornse raadszaal te weinig gezocht wordt naar een conclusie. Uit meningsverschillen ontspringt de waarheid, las ik ergens. Wie is de partij die de conclusie trekt? Zijn dat de dertien fracties die door goed te luisteren naar andere meningen toegeven meer te zien in de visie van andere fracties?

Ik besef tevens dat het in Hoorn allemaal nog best meevalt. Ik heb zelfs ooit zeker twee keer meegemaakt, dat een spreker na de inbreng vanuit een andere fractie openlijk de eigen visie bijstelde. Maar de strengere regels die vooral zijn ingesteld om de spreektijd van de deelnemers te beteugelen zijn uit een soort van nood geboren. Ellenlang gemeier en eindeloze herhalingen liggen aan de spreektijdaanduiding op het beeldscherm en het irritante belletje aan het einde ervan ten grondslag. Desondanks duren de Hoornse vergaderingen langer dan strikt nodig is en het is absoluut niet een situatie van lekker kletsen omdat het zo gezellig is. Men kan inderdaad langer aan het woord zijn dan nodig is.

Het politieke debat is ook in Hoorn van essentieel belang. De vraag van de voorzitter om het kort te houden kwam niet uit de behoefte het een spreker lastiger te maken om een visie te delen. Jeroen van der Veer wijst terecht op de noodzaak een goed debat te houden om visies duidelijk te maken, maar er zijn ook regels nodig om debatten niet onnodig te laten verwateren in emmeren. Een goed politicus herken je ook aan goed kunnen luisteren. En Jeroen, dat hoeft nu weer niet heel kort.

Disclaimer: De inhoud van de column is uitsluitend voor rekening van de auteur. Streekomroep West-Friesland is niet ge- of verbonden aan een politieke partij of welke politieke richting dan ook, maar geheel autonoom en onafhankelijk.