We leven met miljarden soortgenoten op een bolletje dat door een onvoorstelbaar groot heelal raast en mogen het verder zelf uitzoeken. Een gebruiksaanwijzing is niet meegeleverd.
Als jongen vond ik dat geen probleem. Ik wist precies hoe het leven in elkaar zat.
Dat hoort bij jong zijn. Je hebt nog nauwelijks iets meegemaakt, maar compenseert dat ruimschoots met de zekerheid waarmee je overal een mening over hebt. Aan bravoure geen gebrek.
Later wordt het ingewikkelder.
Je neemt een baan aan, ontmoet iemand, zegt ja waar je ook nee had kunnen zeggen. Achteraf noemen we dat kruispunten.
Maar misschien bestonden die helemaal niet.
Op het moment zelf stond er geen wegwijzer. Het was dinsdagmiddag en je deed iets. Pas dertig jaar later zet je er zelf een bord bij: hier veranderde mijn leven.
Dan begint het terugkijken. Als ik toen linksaf was gegaan. Als ik dat niet had gedaan.
Maar van die andere weg weet je niets. Misschien lag daar een prachtig landschap. Misschien een ravijn.
Misschien stond je er gewoon langer in de file.
Het leven kent geen proefrit.
Bovendien hebben al die afslagen degene gevormd die er nu op terugkijkt. Je bent daarbij je eigen slachtoffer, dader, rechter en advocaat tegelijk.
Een eerlijk proces kun je het nauwelijks noemen.
De advocaat kent de rechter persoonlijk.
Sommigen hebben voor alle onzekerheid een oplossing: alles is voorbestemd. De route lag al vast.
Een geruststellende gedachte. Misschien iets té geruststellend.
Die rokende puinhoop daar?
Voorbestemd.
Sorry voor de overlast.
Ik houd niet zo van mensen die alles zeker weten.
Nog afgelopen week werd er bij mij aangebeld.
“Mag ik u wat vragen?”
Dat mocht.
Het ging over geloof en de richting die ik daarin moest kiezen om behouden te blijven. De man deed zijn best mij te overtuigen. Zijn aanpak verraadde een goede voorbereiding. Hij wist waar hij heen wilde.
Ik niet.
Uiteindelijk moest ik hem letterlijk de deur wijzen. Hij stond daar al, dus het wijzen ging gemakkelijk.
Achteraf dacht ik: wat zielig voor die man dat ik hem wegstuurde.
Een gekke gedachte eigenlijk.
Waarom vond ik hem zielig? Omdat hij dacht de gebruiksaanwijzing gevonden te hebben?
Misschien vond hij mij wel zielig omdat ik nog steeds aan het zoeken was.
Want daar zit mijn eigen paradox. Ik houd niet van mensen die alles zeker weten, maar ben mijn hele leven zelf op zoek naar zekerheid.
Kennelijk hoopte ik dat ergens een gebruiksaanwijzing bestond. Desnoods alleen de inhoudsopgave.
Ik begin te vermoeden dat ik hem niet meer ga vinden.
Hoeveel verwarde mensen zijn al van straat geplukt omdat ze nog steeds naar de wegwijzer zochten?
Misschien is wijsheid niet dat je uiteindelijk de antwoorden kent. Misschien is het juist het besef dat je sommige antwoorden nooit zult krijgen.
Je moet het doen met het landschap dat achter je ligt.
En dan hoop je dat de wei waarin je ooit vol bravoure begon te dartelen nog overwegend groen is. Hier en daar wat vertrapt, een paar modderpoelen en ongetwijfeld een hek waar je beter niet overheen had kunnen klimmen.
Misschien is dat genoeg.
Niet de zekerheid dat je het goed hebt gedaan.
Maar het besef dat je dat nooit helemaal zeker zult weten.


