Dit jaar zat er precies één nacht tussen: zaterdag Valentijn, zondag de start van Carnaval. De ene dag rozen, de volgende veren en confetti. Liefde en verkleedkleren bleken moeiteloos te combineren. De confetti kon desnoods tussen de rozenblaadjes blijven liggen.

Op de radio hoorde ik reclame voor Valentijnsdiners. Vier gangen en een roos per stel. Reserveren verplicht. Ik weet nog dat je dan zo in elkaar opgaat dat je nauwelijks merkt wat er op je bord ligt. Het diner is meer een excuus om tegenover elkaar te kunnen zitten.

Zondag, in de snijdende kou, zag ik bij de optocht in Zwaag dat er op het laatste moment extra warme lagen onder de carnavalskleding werden aangetrokken. Wat een dag eerder bij dezelfde temperatuur tijdens de date nog warm genoeg voelde, vroeg nog geen 24 uur later om extra kleding. Warm blijven, maar wel feestelijk. We nemen romantiek en verkleedplezier zeer serieus. Die toewijding zie je terug in hoe we Valentijn en Carnaval vieren.

Valentijn vraagt dat we ons hart tonen. Bij Carnaval verstoppen we ons in verkleedkleren. In de praktijk liggen de feesten dicht bij elkaar, omdat we bij beide een rol aannemen. 

Wie zich de eerste date kan herinneren, weet dat ook daar een vorm van verkleden plaatsvindt. Je trekt geen kostuum aan, maar wel je beste versie: net iets aardiger, geestiger en interessanter dan op een doordeweekse avond. Liefde begint vaak als een auditie.

Met Carnaval spelen we die rol openlijk en samen. Wat we individueel aan uitbundigheid doseren, keert collectief om. West-Friezen staan niet bekend om uitgelatenheid, maar in die paar dagen komt wat normaal keurig binnen blijft, vrolijk naar buiten.

Bij Valentijn is dat subtieler. Daar doen we alsof alles spontaan is, terwijl er vooraf veel wordt doorgedacht. Cadeautje wel of niet? Kaartje handgeschreven of veilig gedrukt? Wel bloemen, maar niet te cliché. Een liefdesrelatie starten vergt een zorgvuldig proces. Eén verkeerde keuze en de romantiek helt al snel naar ongemak.

In de drogist zag ik zaterdag een man met een bos rozen en een zak confetti in dezelfde hand. Hij twijfelde bij het schap met kaarsen of hij er twee of drie moest meenemen. Ik vermoed dat hij een druk weekend tegemoet ging. Eerst tederheid, een dag later luidruchtigheid. Zelfde man, ander kostuum.

Daarin hebben beide feesten iets gemeen: ze leggen bloot wat we de rest van het jaar doseren: aandacht. Met Carnaval vieren we het met velen tegelijk: we kijken elkaar aan, lachen sneller en praten met onbekenden alsof we elkaar al jaren kennen. Op Valentijn richten we die aandacht op één persoon.

Na afloop keert alles weer terug naar normaal. De schmink gaat eraf, de hartjes verdwijnen uit de etalages. Kostuums terug in dozen, liefdesverklaringen weer op rustiger volume. Wat overblijft is minder spectaculair maar duurzamer: iemand die je, zonder masker en zonder franje, waardeert.

Daarom is het prettig dat Valentijn en Carnaval zo mooi achter elkaar vielen. Februari is koud, en zulke warme feesten brengen precies wat nodig is. Met rozen of met kaarslicht, met confetti of met veren. De uiting verschilt, de drijfveer niet.

En tussen die rozen en veren realiseer ik me hoe dicht verkleden en verliefdheid bij elkaar liggen. We willen gezien worden zoals we zijn, maar ook zoals we hopen te zijn. Een beetje mooier, vrolijker, vrijer. Dat lukt ons niet elke dag.

Gelukkig vielen Valentijn en Carnaval dit keer in één weekend.