Er zijn zinnen waar je nauwelijks bezwaar tegen kunt maken. „Voor uw eigen veiligheid” is er zo een. Wie daarna nog protesteert, geeft eigenlijk te kennen dat hij nogal gehecht is aan gevaar.
Je komt de woorden overal tegen. Mijn auto waarschuwt mij inmiddels voor zoveel gevaren dat ik me soms afvraag hoe ik vroeger op eigen kracht heelhuids door West-Friesland ben gekomen.
Voor ieder gevaar heeft hij zijn eigen manier om mij terecht te wijzen. Bliep, bliep, bliep als ik te hard rijd. Nader ik een streep, dan voel ik het stuur tegensturen. Kom ik te dicht bij een voorganger of beweegt er iets achter de auto, dan klinkt er een piep. Soms piept hij terwijl ik geen idee heb waarom.
Dat is het ergste.
Dan rijd je keurig vijftig, zit je netjes tussen de lijnen en klinkt ineens piep.
Je hebt iets fout gedaan. Alleen de auto weet wat.
Vroeger stond in een gebruiksaanwijzing hoe een apparaat werkte. Tegenwoordig vooral wat je er niet mee moet doen.
Niet onderdompelen in water. Niet gebruiken met natte handen. Buiten bereik van kinderen houden. Niet demonteren terwijl de stekker in het stopcontact zit.
Waarschijnlijk staat het er niet voor niets.
Dat vind ik nog het verontrustendst.
Er moet ooit iemand gedacht hebben: laat ik dit elektrische apparaat eens meenemen onder de douche.
Bij medicijnen is het niet veel anders. Lees voor gebruik de bijsluiter. Dat doe ik soms. Daarna heb ik doorgaans meer kwalen dan ervoor.
Hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, hartkloppingen en in uitzonderlijke gevallen iets waarvoor onmiddellijk medische hulp moet worden ingeroepen.
Ik wilde alleen van mijn hoofdpijn af.
Er circuleren zelfs waarschuwingen dat je een zetpil niet oraal moet innemen.
Goed dat ze het zeggen.
Op een strijkijzer schijnt gewaarschuwd te moeten worden dat je geen kleding moet strijken terwijl je die draagt.
Ik probeer me vooral niet voor te stellen welke gebeurtenis tot die waarschuwing heeft geleid.
Begrijp me goed: veiligheid is belangrijk. Ik ben blij dat liften worden gekeurd, medicijnen worden getest en er een hek rond een bouwput staat.
Maar ergens tussen dat hek en de waarschuwing dat koffie heet kan zijn, bevindt zich een gebied waarin ik geacht word mijn gezond verstand te hebben ingeleverd.
Ook voedselverpakkingen doen hun best. Een product met pinda’s kan pinda’s bevatten. En plastic verpakkingen moet je niet over je hoofd trekken.
Soms krijg je de indruk dat niet het product, maar de gebruiker het grootste veiligheidsrisico vormt.
De vraag is alleen wie er eigenlijk beschermd wordt.
Steeds vaker vermoed ik dat „voor uw eigen veiligheid” niet uitsluitend over mijn veiligheid gaat. Het betekent soms ook: wij hebben u gewaarschuwd, dus kom straks niet bij ons.
De waarschuwing als moderne aflaat.
Wij verkopen u een ladder waarmee u drie meter boven de grond kunt komen, maar wijzen erop dat u er ook vanaf kunt vallen.
Vanaf dat moment is het uw probleem.
Misschien zijn we zo gewend geraakt aan waarschuwingen dat ze hun werking verliezen. De lift spreekt, de auto piept, het station roept om, de telefoon waarschuwt en op iedere verpakking staat iets wat ik niet moet doen.
We worden uitstekend beschermd.
Vooral tegen de mogelijkheid dat niemand ons heeft gewaarschuwd.
Toch zou ik al die waarschuwingen niet willen afschaffen. Daarvoor ken ik de mensheid inmiddels te lang.
Misschien kan het eenvoudiger.
Eén sticker op ieder apparaat, iedere auto, iedere ladder en desnoods op de voordeur.
Voor uw eigen veiligheid: blijf nadenken.
Al moet daar waarschijnlijk wel een gebruiksaanwijzing bij.


