Op de markt in Hoorn merkte ik het pas echt; dat ik iets niet hoorde. “Dat hew ik net zeid, hoor,” klonk het ergens links van me. Ik knikte maar wat. De helft gemist, de andere helft gegokt. Op zo’n moment denk je: dit zal wel bij het ouder worden horen.
Het is onze cultuur: we doen alsof ouder worden iets is wat anderen overkomt. Ook hier in West-Friesland. We doen niet moeilijk, we gaan door. Kwalen? Ach, hoort erbij. Maar vooral: niet zeuren en al helemaal niet toegeven dat er iets verandert.
Ik ben al een aantal jaren enigszins hardhorend. Sommige toonhoogtes zijn gewoon… weg. Alsof iemand ze uit het gesprek heeft geknipt. Automatisch koppel je dat aan ouder worden.
Alleen: in mijn geval ligt het anders.
Jarenlang zat ik in radiostudio’s, met koptelefoons die net een tikje te hard stonden. Uren achter elkaar. Geluid dat niet vraagt of het binnen mag komen. Dat stapelt zich ongemerkt op. En pas als je wat ouder wordt, merk je welke schade het heeft aangericht.
Ik heb er oortjes voor, kleine gehoorapparaatjes die je nauwelijks ziet. Groot verschil, echt waar.
Alleen ja. Ik heb vaak haast.
“Zonder red ik het ook wel.”
Totdat een collega zegt: “Heb jij wel eens een gehoortest laten doen? Je vraagt soms dingen die net gezegd zijn.”
Zo. Die komt binnen.
Je voelt het meteen. Niet boosheid, maar iets anders. Betrapt. Alsof iemand hardop zegt wat jij al een tijdje probeert te negeren.
“Ja hoor,” zeg je luchtig. “Ik heb daar wat voor.”
En ondertussen denk je: waarom heb ik die dingen niet gewoon in?
Ouder worden gaat niet in sprongen. Het sluipt. Net als de tijd. Je kijkt even niet en ineens is het later dan je dacht. Eerst merk je het nauwelijks. Daarna gaat het in kleine dingen zitten: een gewricht, een rug, gehoor.
Maar niet alles wat verandert, komt door leeftijd.
Het gekke is: ik hoor minder, maar doorzie veel sneller wie er onzin praat.
Een haperend lijf betekent geen haperend hoofd. Alsof minder horen betekent dat je ook minder begrijpt.
Dat is ook gewoon onzin.
En ja, een deel van de ouderen krijgt te maken met dementie — maar de meesten blijven gewoon scherp. Sterker nog: de groep vitale ouderen wordt alleen maar groter.
Mensen die misschien wat minder soepel bewegen of iets minder goed horen, maar die ondertussen nog volop meedraaien. Als vrijwilliger bij de club. In het buurthuis. Achter de tap. Of gewoon als degene die weet hoe het werkt — en dat ook rustig uitlegt.
Je ziet het hier overal. In de kantine van de voetbal, waar iemand van in de zeventig in twee zinnen doorheeft hoe de vork in de steel zit. Aan de bar, waar iemand minder hoort maar alles begrijpt. Op straat, waar ervaring niet luid is, maar wel raak.
En misschien is dat wel het meest West-Friese eraan: niet te veel woorden, maar wel precies de juiste.
Toch doen we soms alsof ouder worden vooral minder worden is. Alsof een gehoorapparaat het begin van het einde is, in plaats van gewoon een hulpmiddel. Zoals een bril. Of — als je geluk hebt — een beetje verstand.
Misschien zit het probleem niet in wat er verandert. Maar in hoe snel we denken te weten waardoor.
Ik weet in ieder geval één ding.
Volgende keer op de markt doe ik ze gewoon in.
Niet omdat ik oud ben.
Maar omdat ik niets meer wil missen.


