In Europa is vorige maand de honderdduizendste struikelsteen neergelegd, ter nagedachtenis aan een slachtoffer in de Tweede Wereldoorlog. In Hoorn liggen achttien struikelstenen. “Je moet er inderdaad echt een beetje over struikelen”, aldus Eddy Boom van Comité 40-45 Hoorn.

“De Duitse kunstenaar Gunter Demnig is hier in de vorige eeuw mee begonnen, nadat hij de opdracht kreeg een monument te maken voor Sinti en Roma slachtoffers”, vertelt Boom. “De struikelstenen illustreren de dood van een persoon. Ze liggen voor het huis waar iemand voor het laatst heeft gewoond.”

In 2012 zijn in Hoorn zestien struikelstenen neergelegd, voor huizen waar Joodse slachtoffers hebben gewoond. “De laatste jaren zijn er twee struikelstenen voor niet-Joodse slachtoffers bij gekomen. Voor Arie Groot op het Gouw. Hij is in Duitsland overleden toen hij daar te werk gesteld was. En voor J.D. Poll, de oud-directeur van wat nu de OSG heet. Die is opgepakt omdat hij in het verzet zat en tussen de kampen door overleden is.”

Jongetje van zes maanden

In Hoorn ligt op de Beatrixlaan een struikelsteen voor een jongetje van zes maanden, die overleden is in Kamp Vught. “Hoe gek kun je zijn, dat je een baby van zes maanden vermoordt omdat ze Joods zijn?”

De Nederlandse struikelstenen, ook de Hoornse, worden gemaakt door een in Amsterdam woonachtige Duitser. Ook in zijn geboorteland liggen struikelstenen. “In Berlijn liggen tientallen struikelstenen met de Joodse namen erin. Zo hoor je met je geschiedenis om te gaan”, aldus Boom. “Er is iets verschrikkelijks gebeurd. Maar je moet er eigenlijk een beetje over struikelen wil je het echt zien.”