Aan de Dorpsstraat van Midwoud staat het oude raadhuis, een stuk van de weg af achter groene struiken en gespannen lampjes. De witte muur en oude ramen geven het gebouw een sierlijke uitstraling, maar wie langs het huis door de achterdeur naar binnen stapt, voelt zich gelijk welkom in het domein van Yvo Verschoor.

Yvo woont al jaren tussen piano’s, oude kleuren en kunst. Het gebouw is tegelijk zijn huis, thuis, een concertzaal, pianomuseum en een restauratieproject dat nooit helemaal af lijkt. Tussen alle mooie spullen en piano’s zijn klussen te zien die nog gedaan moeten worden. Stukken muur die voorzichtig worden hersteld, materialen die wachten op een volgende bestemming bij een klus in het huis en een verzameling aan kleine piano’s die zich langzaam hebben opgestapeld doordat mensen ze aan hem bleven geven. “Misschien moet ik vaker nee zeggen”, zegt hij lachend. “Want ja, de ruimte houdt een keer op.”
De tekst gaat verder.


Drempel verlagend
Wie de drempel overstapt en binnenkomt, doet dat letterlijk en figuurlijk. Volgens Yvo voelen veel mensen een mentale drempel om naar klassieke muziek en jazz te komen luisteren. Deze muziekstijlen hebben iets elitairs gekregen, merkt hij. En dat is wel de muziek waar het Huis Midwoud zich op richt.
Zeker in West-Friesland is het lastig om publiek naar de concerten van Huis Midwoud te krijgen. Toch begrijpt hij die afstand niet helemaal. “Je hoeft alleen maar te komen en het over je heen te laten komen, verder hoef je niks te doen”, zegt hij. “Dat wordt niet meer gedurfd.”
In Huis Midwoud probeert hij die drempel juist te verlagen. Muzikanten spelen hier dicht op hun publiek. Geen groot podium of afstandelijke zaal, maar direct contact tussen bezoekers en artiesten. “Eigenlijk is het een soort huiskamerconcert.” Dat muzikanten er om die reden minder aan verdienen dan eigenlijk zou moeten, vindt Yvo moeilijk. “Ik wil ze graag eerlijk betalen”, zegt hij. “Maar meestal is het quitte spelen.”
Dat cultuur steeds meer naar de achtergrond verdwijnt, merkt hij duidelijk. Er is meer aanbod dan ooit, maar tegelijkertijd minder aandacht. Volgens Yvo luisteren mensen anders naar muziek dan vroeger. “Nu is de uitlaatklep misschien eerder een festival,” zegt hij. “Maar dat gaat niet meer echt over de muziek.” Muziek is altijd beschikbaar, denkt hij, waardoor mensen minder geneigd zijn ergens speciaal voor op pad te gaan. Terwijl dat volgens hem juist de kracht ervan is: aanwezig zijn, luisteren, geraakt worden.
Wat blijft en wat komt
Toch maakt Yvo zich weinig zorgen over de toekomst van Huis Midwoud. Het huis draait grotendeels op vrijwilligers, vaak mensen op leeftijd. Dat jongeren nu minder betrokken zijn, accepteert hij zoals het is. “Die jongeren worden later vanzelf die grijze bolletjes die hier zitten”, zegt hij. “Dan komt die interesse wel.”
Aan alles in het huis is te merken hoeveel bewondering Yvo heeft voor de ouderdom van dingen. Wanneer hij een muur restaureert, probeert hij niet alles strak en nieuw te maken. Juist de beschadigingen en verkleuringen wil hij behouden. Ze doen hem denken aan tinten uit oude schilderijen.
De tekst gaat verder.


Blüthner
Eén van de voorstellingen die Yvo regelmatig opvoert in zijn concertzaal draait om een bijzondere piano. Een Blüthner-piano, die hij zelf wist te traceren naar een voormalig psychiatrisch ziekenhuis in Berlin-Buch. Zijn fascinatie begon bij een oude foto waarop de piano te zien was.
De zoektocht om de geschiedenis van de piano te achterhalen begon. Tot zijn verbazing bleek de piano nog in het ziekenhuis te staan. Uiteindelijk vond hij iemand die hem uitgebreid kon vertellen over de geschiedenis van het gebouw waar de piano al die jaren had gestaan.
“Dat zijn vreselijke dingen die daar gebeurd zijn”, vertelt Yvo. In het ziekenhuis werden methodes getest die later gebruikt zouden worden in de vernietigingskampen. “Het zijn extreem heftige verhalen waar weinig over verteld wordt. Juist daarom vind ik het ontzettend belangrijk om ze te blijven delen.”
De tekst gaat verder.


Voor Yvo is die geschiedenis nog altijd relevant. “Kijk eens wat er nu in de wereld gebeurt”, zegt hij. “Hoe mensen met elkaar omgaan.” Juist daarom vindt hij het belangrijk dat dit soort verhalen verteld blijven worden.
Of hij de voorstelling ook nog eens in het Duits zou willen voordragen in de buurt van het voormalige ziekenhuis? “Dat zou prachtig zijn, maar taaltechnisch erg lastig. En het ligt daar natuurlijk nog gevoeliger. De omwonenden van het ziekenhuis zijn allemaal nageslachten van de mensen die daar werkzaam zijn geweest. Niet van de slachtoffers, die zijn er niet meer.”




