Pieter Kreuk uit Wognum hoort op 29 november 2024, dat hij de ziekte van Parkinson heeft. Hij is dan 48 jaar oud. Nu, een jaar later, pakt hij zo goed en zo kwaad als het gaat zijn leven weer op. “Je moet er mee leren leven. Ik ben veel sneller moe, merk ik, en kan niet meer veel dingen tegelijk doen op een dag.”

Ruim zesduizend Noord-Hollanders hebben de ziekte van Parkinson. Wognummer Pieter is een van hen. Maar waar patiënten meestal in de zestig of zeventig zijn, is hij beduidend jonger. Het kwam dan ook als een schok dat hij deze diagnose kreeg.

“Vorig jaar kreeg ook mijn moeder te horen dat ze parkinson heeft. Van haar keken we niet op, gezien haar gesteldheid. Maar ik was een verrassing. Je verwacht het niet. Het is een ziekte voor ouderen, denk je.”

Burn-out lijkt niet over te gaan

Het begint ruim tweeënhalf jaar geleden als Pieter uitvalt op zijn werk. “Ik had een griepje, maar werd niet beter. Het bleek een burn-out te zijn.” Nadat hij er bijna een jaar uit heeft gelegen, probeert hij zijn werk weer op te pakken. Maar dat lukte niet. “Mijn energie kwam niet terug. Ik bleef het gevoel houden dat er meer was, dat het niet alleen een burn-out was.”

Als zijn moeder vervolgens de diagnose parkinson krijgt, realiseren Pieter en zijn vrouw Masja dat ook híj wel veel symptomen van die ziekte heeft. “Ik tikte veel van het lijstje aan. Zo deed mijn rechterarm niet mee, heb ik last van geheugenverlies bij stress en kan ik nog maar moeilijk schrijven.” Een neuroloog bevestigt na onderzoek hun vermoeden: ook Pieter heeft parkinson.

“Het valt niet altijd op (dat hij parkinson heeft, red.). Mensen zien niet hoe ver je er in zit”

Pieter Kreuk

Nu, een jaar na de diagnose, is het nieuws ingedaald, maar makkelijk is het nog steeds niet. Pieter valt even stil. Hij slikt zijn tranen weg. “Je moet er mee leren leven. Maar soms is het wel moeilijk.” Hij werkte voltijds als accountant, maar heeft noodgedwongen zijn werk moeten terugschroeven naar twaalf uur per week. Ook kan hij niet meer zoveel dingen tegelijkertijd doen. “Als ik een of twee afspraken heb op een dag is dat genoeg. Dan ben ik af.”

Dat is tegelijkertijd ook het lastigst aan zijn diagnose, vertelt Pieter, de dingen die mensen niet aan hem zien. “Het valt niet altijd op. Mensen zien niet hoe ver je er in zit. Soms kan ik bijvoorbeeld zo in slaap vallen, zo moe ben ik. Of dan moet ik eigenlijk naar huis van mijn werk, omdat ik merk dat het genoeg is geweest. Maar mensen willen me dan nog even snel iets vragen, terwijl ik dat dan eigenlijk niet meer kan hebben en te moe daarvoor ben.” Pieter en Masja (51) zijn daarom heel open over zijn diagnose. “Dan weten mensen het maar.”

Veel steun van lotgenoten

Hij haalt veel steun uit de contacten die hij heeft met andere jonge parkinsonpatiënten. Ze spreken elkaar via appgroepen en zien elkaar meerdere keren per jaar. “Het is fijn om contact te hebben met lotgenoten. Om te horen hoe zij met bepaalde situaties omgaan.”

Doordat Pieter jonger is dan de gemiddelde parkinsonpatiënt heeft hij ook met andere problemen te maken. Zo heeft hij nog schoolgaande kinderen. Zijn dochter Maud (14) komt net thuis uit school, zoon Bram (17) werkt boven aan zijn huiswerk. “Is er nog eten in huis?”, vraagt Maud. “Ik heb honger en lust nog wel een tosti.” Pieter hangt haar jas op aan de kapstok.

Tekst gaat hieronder verder.

Pieters vader was bollenboer in Andijk. Zijn broer heeft het bedrijf overgenomen. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt kan parkinson veroorzaken en het zou kunnen dat Pieter en zijn moeder daarom de ziekte hebben gekregen. Al zou het ook nog altijd genetisch kunnen zijn. Ze werken allebei mee aan het parkinsononderzoek ProPark. “Het gekke is dat juist mijn vader en broer meer hebben gewerkt in het bedrijf dan mijn moeder en ik. Ik werkte af en toe mee. En alleen wij hebben parkinson en mijn vader en broer niet”, zegt Pieter.

“Doordat ik minder werk, ben ik vaker thuis. Dat is voor mijn kinderen een voordeel, of een nadeel.” Hij lacht. “Verder kan ik alles nog, ik rijd ook nog, al rijd ik geen grote afstanden meer, maar ik moet dingen echt plannen en kan niet meer een hele dag vol plannen. En ik moet taken opsplitsen. Ik kan bijvoorbeeld niet én het eten op het vuur zetten én de groenten snijden. Vaak doe ik eerst het een en dan het ander. Of ik vraag mijn kinderen om me te helpen.”

De ziekte vraagt zodoende ook (onbewust) veel aanpassingsvermogen van het gezin. “Als een kleine sluipmoordenaar dringt het zo het gezinsleven binnen”, zegt Masja.

‘Niet bang voor de toekomst’

Pieter grijpt alles aan wat zijn klachten kunnen verminderen, elk nieuw snufje probeert hij uit als het kan. Zo heeft hij een waterstofgasapparaat waardoor hij meer energie heeft, heeft hij een polsbandje dat trillingen afgeeft en bokst hij regelmatig.

“Ik probeer uit te vinden wat werkt voor mij”, vertelt Pieter. “En ik ben niet bang voor de toekomst. Ik weet dat je oud kan worden met parkinson.”