Bij aankomst bij Ontmoetingscentrum De Schoof lijkt het even alsof er daadwerkelijk een noodsituatie gaande is. Pallets met hout, bouwmaterialen en afzettingen staan verspreid over het terrein. Het decor past bij de oefening die plaatsvindt. Van een echte crisis is nog geen sprake, maar de voorbereiding daarop wel.
Deze pilot moet inzicht geven in hoe inwoners tijdens een langdurige stroomuitval geholpen kunnen worden en wat daarvoor nodig is. Volgens Kjeld Stokx is bewust gekozen voor een scenario rond langdurige stroomuitval. “Met een stroomuitval kun je veel verschillende situaties toetsen. Dat is ook landelijk het scenario waarop wordt voorbereid”, licht de coördinator toe.
Leren en bijsturen
Voor Stokx staat de avond in het teken van leren en bijsturen. “De Schoof hebben we gekozen omdat veel mensen het kennen en omdat de ruimte zich hier goed voor leent”, vertelt hij. “Het is jammer dat er op dit moment wordt verbouwd, want anders hadden we het ruimer kunnen opzetten. Tegelijk laat dat direct zien hoe flexibel je moet zijn als je een noodsteunpunt opent.”
Deelnemers worden buiten ontvangen door medewerkers van de veiligheidsregio. Bij binnenkomst valt het informatiepunt met vrijwilliger Ruud van Schie, lid van de dorpsraad. “Dit functioneert eigenlijk als eerste filter”, legt Stokx uit.
De tekst gaat verder.

Bij de balie voor algemene informatie staat Suzan, werkzaam bij de gemeente Medemblik. “Als ambtenaar probeer je mensen zo goed mogelijk te helpen”, vertelt ze. “In de eerste twaalf uur is het van belang dat er snel een noodsteunpunt geopend kan worden. Dan kom je in eerste instantie uit bij je eigen medewerkers. Uiteindelijk verwacht ik dat er meer mensen nodig zijn om zo’n locatie langere tijd bemand te houden.”
Deelneemster Floor Boos meldt zich bij een andere balie met een scenario rond een overval op een juwelier. “Hiermee zou je in het echt waarschijnlijk al te laat zijn voor de politie”, zegt ze. “Maar eerder had ik een scenario waarbij mijn hartmedicatie op was. Toen zag je dat mensen echt moesten nadenken over wat de juiste aanpak was.”
Achter een tafel vol portofoons en formulieren bootsen radiozendamateurs uit de regio een mini-meldkamer na. Tijdens de oefening klinkt voorzichtig een eerste evaluatiepunt. “De formulieren worden niet altijd volledig ingevuld”, merkt een vrijwilliger op. Stokx: “De eerste prioriteit is de mini-meldkamer laten functioneren en 112-meldingen doorzetten. Daarna komen de zaken die minder directe actie vereisen.”
De tekst gaat verder.

Juist dat maakt de oefening volgens de coördinator waardevol. Naast testen op procedures en praktische zaken worden ook verbeterpunten duidelijk. “Voor deze oefening werkt de kelder in De Schoof prima”, zegt Stokx lachend. “Maar als er sprake zou zijn van wateroverlast of een overstroming, dan is dit misschien niet de meest gunstige plek in het gebouw.”
De oefening trekt ook belangstelling van buiten het dorp. Marion van der Bijl en Steve Lauriks komen vanuit Hoorn kijken hoe een noodsteunpunt functioneert. “We werden goed geholpen”, vertelt Van der Bijl. “Het was prettig dat we eerst ons verhaal konden doen bij een algemene balie en vandaaruit werden doorverwezen.”
Daar plaatst het gezelschap van Marion meteen een kanttekening bij; “Ik denk wel dat mensen meer stress zullen ervaren als er echt iets aan de hand is en het veel drukker wordt dan nu.”
De tekst gaat verder.

Ondanks de aandachtspunten is Stokx tevreden. “Het steunpunt functioneert zoals verwacht. Iedereen voert zijn taak goed uit en voor bewoners is duidelijk wat de werkwijze is. Als we dit in een echte situatie moeten doen, dan zijn we behoorlijk geoefend.”
Aan het einde van de avond overheerst vooral het gevoel dat oefenen noodzakelijk is. Tegelijkertijd blijven er uitdagingen, zoals het lang operationeel houden van het steunpunt en de organisatie rondom vrijwilligers. Dorpsraad-lid Ruud heeft ideeën om het punt verder te versterken. “Je wordt aan het denken gezet hoe het er in het echt aan toe zou gaan.”
Volgens Stokx wordt daarom gekeken naar aanvullende trainingen voor vrijwilligers. Daarbij wordt onder meer gedacht aan cursussen van het Rode Kruis, dat tijdens de pilot eveneens aanwezig is ter ondersteuning.


