Vanaf dit najaar mogen zware vrachtwagens niet meer over de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad rijden. De bruggen in de dijk zijn in zo’n slechte staat dat Rijkswaterstaat een gewichtsbeperking instelt. Voor transportbedrijven in West-Friesland betekent dat flink omrijden. Transportbedrijf SVZ verwacht twintig extra vrachtwagens nodig te hebben om de verloren reistijd op te vangen.
Voor veel vrachtwagenchauffeurs is de Houtribdijk een belangrijke verbinding richting Flevoland en het oosten van het land. Wie straks niet meer over de dijk mag, moet een flink stuk omrijden: via Amsterdam of de Afsluitdijk.
“Als je via Amsterdam naar Lelystad moet, ben je al drie kwartier tot een uur verder”, vertelt een chauffeur van SVZ aan NH. Ook een andere chauffeur die één of twee keer per week over de dijk rijdt, moet uitwijken naar Amsterdam of de Afsluitdijk. “Ik denk dat het voor heel wat extra files gaat zorgen.”
Honderden ritten per week
Voor het West-Friese transportbedrijf SVZ zijn de gevolgen groot. Volgens operationeel directeur Pieter Jan Stadt rijden vrachtwagens van het bedrijf wekelijks zo’n 500 tot 800 keer over de Houtribdijk.
Als al die ritten moeten omrijden, kost dat zoveel extra tijd dat het bedrijf naar eigen berekening ongeveer twintig extra vrachtwagens per week nodig heeft om dezelfde hoeveelheid werk te kunnen blijven doen.
“Er is onverantwoord met het onderhoud omgesprongen”
Pieter Jan Stadt – Operationeel directeur SVZ Transport
De beperking is nodig vanwege de staat van de bruggen bij de Houtribsluizen. Bij de beweegbare bruggen zijn scheuren geconstateerd en ook het beton van de vaste bruggen is verouderd.
Daarom mogen voertuigen boven de nieuwe gewichtsgrens straks niet meer passeren. Wanneer de maatregel precies ingaat, is nog niet bekend. Rijkswaterstaat onderzoekt ondertussen wat er nodig is om de problemen op te lossen.
‘Daar gaan we weer’
Bij Stadt overheerst vooral frustratie. De problemen op de Houtribdijk staan volgens hem niet op zichzelf. Hij wijst onder meer op eerdere verkeersproblemen door werkzaamheden aan de A7 bij Purmerend en de Merwedebrug.
“Wat ons enorm frustreert, is dat wij jaarlijks via accijnzen en wegenbelasting best wat geld overmaken naar de overheid. Daarvan gaan we ervan uit dat daar op een juiste manier mee omgegaan wordt”, zegt hij. “We hebben de A7 bij Purmerend gehad, de Merwedebrug onlangs en nu weer de Houtribdijk.”
Volgens Stadt had eerder moeten worden geanticipeerd op de veroudering van de infrastructuur. “We zien dat daar met een te rooskleurige blik naar is gekeken en vinden dat er onverantwoord met het onderhoud is omgesprongen.”
Hij hoopt dat Rijkswaterstaat alsnog met de transportsector naar een tussenoplossing zoekt, zodat zwaar verkeer mogelijk onder bepaalde voorwaarden gebruik kan blijven maken van de verbinding.
Hogere kosten, ook voor consument
Voor de transportbedrijven betekent omrijden ondertussen meer personeelsuren, meer brandstofverbruik en veel kilometers omrijden. Die rekening blijft volgens Stadt niet alleen bij transporteurs liggen. SVZ verwacht de hogere kosten uiteindelijk te moeten verwerken in de tarieven voor klanten.
“De boodschappen in de winkel, de grondstoffen die nodig zijn voor het productieproces: uiteindelijk zal dat door de keten verwerkt worden richting de consument”, zegt Stadt. “Uiteindelijk zal je zien dat in de keten eigenlijk alles weer duurder wordt.”

