In Hoorn wordt afscheid genomen van acteur, komiek en kinderboekenschrijver Hans Otjes. Hij overleed maandag op 78-jarige leeftijd in zijn woonplaats Hoorn. Voor zijn vriendengroep, die zich vanwege hun identieke haardracht het ‘Krullen Kwartet’ had genoemd, kwam zijn dood als een donderslag bij heldere hemel. Zij halen herinneringen aan hem op.
Het overlijden van Otjes komt hard aan bij zijn Hoornse vriendengroep die op gezette tijden bij elkaar kwam om de toestand in de wereld tegen het licht te houden. Schrijver, Ko Boos, bedacht de naam voor de vier krullenbollen die nu verder moeten als het ‘Treur Trio’. “Hans kampte al jaren met een zwak gestel, maar zijn overlijden kwam echt als een schok. Hij zou dit jaar oud en nieuw bij me vieren, nu moeten we hem missen.”
Otjes was een veelzijdig acteur bekend van tv-series als Q&Q, De Holle Bolle Boom, Hamelen en Bassie en Adriaan. Ook was hij een veelgevraagd stemacteur voor series als De Freggels, DuckTales en Alfred Jodocus Kwak. “Hele generaties zijn met hem opgegroeid”, aldus Boos.
Bij het grote publiek werd hij vooral bekend als aangever bij de grote revues van André van Duin in de jaren 80. “Hij had een beetje last van het Swiebertje-effect en dat is wel jammer, want hij was veel meer dan dat”, vertelt Boos. “Hij was de koning van de timing en had de lach aan zijn kont hangen. Hij begreep dat ook wel, maar het is jammer dat zijn andere werk daardoor ondergesneeuwd is geraakt.”
Tekst gaat verder onder de video.
Dat komische talent had Otjes volgens Boos al als kind toen hij in een Amsterdamse volksbuurt woonde. “Het was een scharrig mannetje en hij moest zich staande zien te houden tussen oudere en sterkere jongens voor wie hij een prooi was. Daar redde hij zich uit door de paljas uit te hangen. Hij werd voor die jongens een mascotte.”
Ook journalist Robert Vinkenborg, de jongste van het kwartet, is opgegroeid met Otjes. “Ook voor mij was hij een jeugdheld”, vertelt Vinkenborg, die Otjes als kind op tv zag in series als Hamelen en Q&Q. Vinkenborg raakte met Otjes bevriend toen hij hem als jonge verslaggever interviewde voor een lokale krant.
“Dat gesprek duurde tot diep in de nacht. Hij vond zichzelf veel meer een toneelspeler dan een televisieacteur. Daar lag eigenlijk zijn grote liefde. Dat vond ik een heel interessante kant van hem. Die passie deelden we.”
Telg uit een achterliggend, ambachtelijk tijdperk
Zo speelde hij de solovoorstelling Uit het dagboek van een gek van Gogoli, geregisseerd door de Tsjechische Vera Baréšová. Die voorstelling bracht hem zelfs naar Polen, waar hij werd onderscheiden door het Ministerie van Cultuur.
“Hij was echt een artistieke duizendpoot”, vertelt Ko Boos. “Hij had altijd een pen en papier op zak. Dan zat hij op een terrasje en observeerde hij de samenleving om zich heen: schetsend, schrijvend. Een telg uit een achterliggend, ambachtelijk tijdperk.”
Tekst gaat verder onder de foto.
Hans Otjes stopte in de jaren 90 met acteren om zich te richten op een carrière als regressietherapeut, een therapievorm die het mogelijk maakt om situaties uit je leven opnieuw te ervaren. “Hij wilde graag wat betekenen voor andere mensen en hij vond dat hij dat als therapeut beter kon dan als acteur.”
“Een dapper besluit”, vervolgt Vinkenborg.” Er komen ook heel veel dankbare berichten binnen van mensen dat Hans ze door een hele moeilijke periode heeft geholpen. Ik had het Hans gegund dat hij al die blijken van waardering nog mee had kunnen krijgen.”
“Het was een heel mooi lief mens dat altijd koos voor het goede”
Robert Vinkenborg, goede vriend van Hans Otjes
Hoewel de gezondheid van Otjes in de jaren daarop verslechterde, bleef het ‘Krullen Kwartet’ elkaar opzoeken. Zelfs tijdens corona werden de gesprekken over het leven en het kunstenaarsvak doorgezet. “Hans was als de dood dat hij iets op zou lopen en daarom stonden we onderaan zijn raam hele gesprekken te voeren.”
De twee vrienden herinneren zich Otjes vooral als een hele lieve, loyale vriend, vader en oppasopa. “Het was een heel mooi lief mens dat altijd koos voor het goede”, vertelt Vinkenborg. “Hoewel zijn gezondheid slecht was, was hij altijd betrokken bij zijn kleinkinderen die nu de meest fantastische opa moeten missen. Je kunt wel een hele mooie carrière hebben, maar als je dat kan, ben je echt geslaagd in het leven.”

