Nee, ik heb geen Nee-Nee-sticker op de deur. Dus alles wat ze door onze brievenbus willen gooien, komt ook daadwerkelijk op de deurmat. Zo ook wekelijks de reclamefolders, keurig verpakt in plastic. Bij ons thuis wordt daarop gewacht.
Elke zaterdag wordt opgefleurd door het doornemen van de aanbiedingen. Totdat ze ineens niet meer kwamen.
Een licht gevoel van onbehagen maakte zich het hele weekend van ons meester. Niet direct paniek, maar toch het gevoel dat ergens in Nederland de koffie voor de helft van de prijs werd verkocht zonder dat wij daarvan op de hoogte waren.
Dat wil je niet.
Vooral de weekaanbiedingen van onze vaste supermarkt, die mijn vrouw ook online bekijkt, genieten bij ons een bijzondere status.
Daarvoor moet ik zelfs mijn plek achter de computer afstaan.
“Ik zit midden in een zin.”
Geen reactie.
“Dadelijk ben ik kwijt wat ik wilde schrijven.”
Evenmin.
De supermarkt gaat voor.
Misschien hoort dat ook zo. Van die column kan ik toch al jaren niet eten. Van afgeprijsde frikandellen wel.
Dus sla ik mijn laatste tekst op en verlaat mijn werkplek. Je weet nooit. Straks wordt er tijdens het bladeren per ongeluk een column gewist omdat de bloemkool 1,49 kost.
Gelukkig lagen de folders een week later wel weer op de mat.
Je hoort weleens dat een bezorger de hele mikmak in de sloot kiepert in plaats van in de brievenbussen. Ik heb onze bezorger daar onmiddellijk van verdacht.
Bewijs had ik niet.
Maar zo begint ieder goed buurtonderzoek.
Mijn vrouw neemt de folders serieus door. Er wordt niet zomaar gebladerd. Er wordt onderzocht.
“De koffie is in de aanbieding.”
Ik knik.
Belangrijk nieuws.
“Twee pakken.”
Ik knik opnieuw.
Mijn rol in dit proces is mij niet helemaal duidelijk, maar kennelijk is instemming gewenst.
Daarna volgen kaas, wasmiddel, toiletpapier en producten waarvan ik tot vijf minuten geleden het bestaan niet kende.
“Twee halen, één betalen.”
Dat is gevaarlijke taal.
Voor je het weet heb je zes flessen shampoo in huis omdat je daar financieel onmogelijk omheen kon.
Zelf sta ik daar natuurlijk boven.
Tot er iets langskomt wat ik lekker vind.
“Die zijn twee voor vier euro.”
“We hebben er nog drie.”
Dat is dan ineens geen argument meer.
Aanbiedingen hebben iets wonderlijks. Je komt thuis met een tas vol spullen die je niet van plan was te kopen en vertelt tevreden hoeveel geld je hebt bespaard.
“Zeven euro en vijfendertig cent!”
“Wat heeft het gekost?”
Ook dat blijkt een verkeerde vraag.
De supermarkt begrijpt dit systeem uitstekend. Koop er twee. Tweede halve prijs. Drie voor vijf euro. Hamsteren.
Hamsteren vind ik vooral een prachtig woord. Alsof er een strenge winter op komst is en wij ons met vier zakken paprikachips in de kelder moeten verschansen.
Natuurlijk kan het tegenwoordig allemaal digitaal. De supermarkt heeft een app en die weet waarschijnlijk beter dan ik wat wij vorige week gegeten hebben.
Maar een app mist iets.
Je kunt hem niet openslaan op tafel en triomfantelijk roepen:
“Kijk dan! De roomboter!”
Althans, het kan wel, maar het mist grandeur.
Dus horen die folders bij onze zaterdag. Even bladeren, vergelijken en vaststellen hoeveel geld we volgende week gaan besparen door meer uit te geven dan we van plan waren.
Vorige week kwamen ze niet.
Deze week gelukkig weer wel.
De rust is weergekeerd.
Ik mocht zelfs terug achter mijn computer.
En waar ik gebleven was met mijn column?
Geen idee.
Maar de koffie was goedkoop.


