De Staat ziet ons graag voorbereid: een noodpakket voor 72 uur. Water, houdbaar voedsel, zaklamp, radio, batterijen. Verstandig. Maar na het IT-incident bij Albert Heijn denk ik dat we eerst iets eenvoudigers moeten oefenen: boodschappen doen bij een andere supermarkt.
Bij Appie vielen computersystemen uit, stokte de bevoorrading en ontstonden lege schappen. Vervelend. Maar aan de overkant lag nog eten. Bij andere supermarkten lag alles voor een complete maaltijd gewoon op kopers te wachten.
Door alle gratis reclame voor Albert Heijn kreeg je de indruk dat Nederland zijn laatste boterham stond te beleggen.
We oefenen voor overstromingen, oorlog en langdurige stroomuitval, maar een bezoek aan de Jumbo, Vomar of Lidl blijkt al een uitdaging.
Daar moet een apart overheidsboekje voor komen. ‘U bent nu hier. De melk staat daar. Uw bonuskaart mag in uw zak blijven. Adem rustig door.’
Ik stel me zo’n verdwaalde klant voor. Die staat bij de ingang alsof hij zonder zuurstof op Mars is geland. Waar staat alles? Hij komt voor aardappelen. Welk merk hebben ze? En hebben ze hier ook aanbiedingen?
Een medewerker wijst hem een zak aardappelen aan.
“Die kunt u nemen.”
De klant vraagt: “Let u ook op de kleintjes?”
De medewerker: “Die liggen verderop.”
We hebben onze voedselvoorziening zo ver ontwikkeld dat we zonder app volkomen verdwalen.
En dit was nog een storing waarbij elders eten te koop was. Hoe moet het als er werkelijk te weinig is? Als je bij drie supermarkten bent geweest en nergens iets ligt? Dan wordt ‘de klant is koning’ vermoedelijk vervangen door ‘achter aansluiten, majesteit’.
Bij de eerste lege schappen grijpen we naar toiletpapier. Dat hebben we eerder gezien. Een merkwaardige overlevingsstrategie. Zodra we vrezen dat er niets meer in gaat, verzekeren we ons van voldoende materiaal voor wat eruit komt.
Intussen tikt mijn noodpakket door. Na 72 uur is de voorraad op. Wat dan? Het overheidsboekje zegt dat ik vooruit moet denken. Dat doe ik. Ik ben inmiddels bij donderdag.
Hebben de hackers eigenlijk ook een noodpakket? Of zitten die op dag vier achter hun scherm met één droge cracker en de vraag wie dit allemaal bedacht heeft?
Gelukkig wonen wij in West-Friesland. Hier groeit voedsel nog op het land. Een winterpeen vraagt geen tweestapsverificatie. Een aardappel hoeft geen beveiligingsupdate. Je kunt hem uitgraven zonder eerst te bewijzen dat je geen robot bent.
In de oorlog vonden hier veel onderduikers onderdak en hielpen mensen elkaar aan voedsel. Dat waren onvergelijkbaar zwaardere omstandigheden, maar de les blijft bruikbaar: je hebt iets aan mensen die een ander helpen.
Al moeten we niet met heel Nederland tegelijk bij een boer verschijnen en denken dat hij een verlengstuk is van de supermarkt.
Klant: “Kan ik hier zelfscannen?”
Boer: “Nee, wel zelfbediening.”
Klant: “Hoe dan?”
Boer: “Hier is een schop, haal je boodschappen maar uit de grond.”
Misschien hoort dát in het noodpakket: werkhandschoenen, het adres van een behulpzame boer en het vermogen om van je vaste route af te wijken.
Zelf leg ik een plattegrond klaar met alle supermarkten erop.
Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met zelfredzaamheid.
En voor uur 73 schrijf ik op de achterkant: ‘Besteed de eerste 72 uur niet aan wachten tot Albert Heijn het weer doet.’


