“Mijn voet doet een beetje zeer. Maar die finish ga ik zeker halen”, zegt de 11-jarige Tim uit Zwaag zo’n 3 kilometer voor de finish. Het is zijn eerste tocht van de Nijmeegse Vierdaagse. Als één van de jongsten, legt hij dertig kilometer af met zijn vader.
Als we Tim bellen, heeft hij nog een aantal kilometer te gaan van de dertig. “Het gaat heel goed! Mijn voet doet wel een beetje zeer, maar ik heb geen blaren”.
Warm om te lopen is het wel. Maar aan goede verzorging en gezelligheid geen gebrek. “Het is heel druk. Overal is eten en drinken langs de kant. Er zijn waterspuiten, mensen staan met tuinslangen te sproeien. Steeds bij een waterpunt maak ik mijn pet zeiknat en doe ik die weer op mijn hoofd”.
Elke 10 kilometer een sokkenwissel
Aan de voorbereidingen zal het niet liggen: voor iedere dag heeft hij een vers shirt en meerdere paren naadloze sokken. “Iedere tien kilometer doen we een sokkenwissel. Met een schoon, droog paar, krijg je geen blaren”.
Het idee om mee te doen ontstaat twee jaar geleden, geïnspireerd door zijn vader. Geduld is wel geboden: aan de Vierdaagse mag je meedoen in het jaar dat je twaalf wordt. Met zijn vader oefent hij in- en om Zwaag in de hoop dat de ‘saaie trainingsdagen’ in Nijmegen worden beloond. Al lopend en bellend komt de gezelligheid Tim tegemoet, ‘wat zeg je? Ik versta je niet meer!”. Hij loopt samen met zijn 11-jarige nichtje – ze zijn daarmee één van de honderd jongste deelnemers.
Slapen bij opa en oma
Of ze de finish gaan halen? Een volmondige ‘ja!’, volgt. “Tuurlijk gaan we het halen. En daarna lopen we naar het huis van mijn opa en oma, die wonen vlak bij de start”. En dan? “Eerst een uurtje slapen”, schalt Tim nog over de harde muziek heen. “En dan gaat oma lekker eten koken.”
Bekijk hier de reportage die we eerder maakten van Tim’s voorbereidingen:

