Ik schrok van berichten dat de meest vergaande klimaatscenario’s nu door de meeste wetenschappers als minder plausibel worden gezien. Mijn eerste gedachte was: zijn we misleid? Hadden de sceptici dan toch gelijk?

Pas daarna kwam de nuance.

Want wat hier gebeurt, is precies wat wetenschap hoort te doen: conclusies aanpassen aan nieuwe inzichten. Eerdere aannames blijken minder realistisch dan gedacht. Niet omdat klimaatverandering ineens verdwenen is, maar omdat wetenschap zichzelf voortdurend corrigeert.

Alleen klinkt dat laatste meestal minder door.

Nuchterheid is vaak ver te zoeken in het klimaatdebat. Regelmatig klinkt het alsof het einde nabij is. Met acties die de samenleving ontregelen worden vergaande maatregelen geëist. Nog een paar jaar. Nog één laatste kans. Nog één klimaattop. Eén beslissend moment.

En anders is het te laat.

In West-Friesland geloven we mensen die roepen dat het einde nabij is niet zo snel. Dan wordt er eerst even uit het raam gekeken. Waait het nog? Staat het land nog droog? Dan zal het vandaag ook wel loslopen.

Bij klimaattoppen zie je steeds hetzelfde patroon. Ernstige gezichten. Emotionele toespraken. Mensen die huilen. Klokken die worden stilgezet om op het laatste moment alsnog een akkoord te bereiken. Alsof de toekomst zich theatraal laat afdwingen.

Daarmee win je geen draagvlak voor internationaal klimaatbeleid. Het debat verhardt er vooral door.

Wetenschap is kennis, geen overtuiging.

Twijfel hoort daarbij. Onzekerheden. Nieuwe inzichten. Verwachtingen die worden aangepast zodra de werkelijkheid daarom vraagt. Dat is geen zwakte, maar juist de kracht ervan.

Aannames worden gebracht als harde feiten. Hetgeen als een mogelijk scenario wordt geschetst, wordt geïnterpreteerd als onafwendbare rampspoed. En wie nog vragen stelt, merkt al snel dat twijfel niet meer welkom is.

Maar zo werkt wetenschap helemaal niet.

Wetenschappers hebben de waarheid niet in pacht; ze zoeken ernaar. Modellen zijn hulpmiddelen om mogelijke ontwikkelingen te verkennen, geen harde feiten.

We hebben dat eerder meegemaakt. De Club van Rome, overbevolking, zure regen, oprakende grondstoffen. Sommige zorgen waren terecht, andere zwaar overdreven. Vaak bleek de werkelijkheid weerbarstiger dan gedacht.

En gelukkig maar.

Want samenlevingen veranderen. Technologie ontwikkelt zich. Mensen passen zich aan. Problemen worden opgelost.

Dat betekent niet dat er geen klimaatverandering is. Ook bij ons is dat merkbaar. Dat vraagt om verstandige maatregelen en lange adem, niet om permanente paniek. Natuurlijk speelt het gedrag van de mens daarin ook een rol. Maar zodra de toekomst wordt gebracht alsof de apocalyps onafwendbaar is en de mensheid daarvan als grote schuldige wordt aangewezen, krijgt het iets van een morele eindstrijd.

Met gelovigen en ongelovigen. Met schuld en verlossing. Met mensen die vooral elkaar veroordelen.

En precies daar gaat het mis.

Want hoe emotioneler het debat wordt, hoe groter het wantrouwen. Voortdurende alarmtaal heeft een keerzijde: mensen haken af of worden angstig van het aanhoudende gevoel dat de wereld op instorten staat. Psychologen worden inmiddels geconsulteerd vanwege klimaatangst.

Mensen hebben behoefte aan oplossingen, perspectief en het gevoel dat problemen beheersbaar zijn.

In onze streek die letterlijk onder zeeniveau ligt, begrijpen mensen best dat je problemen serieus moet nemen. Maar ook dat paniek zelden helpt.

Misschien moeten we weer leren onderscheid te maken tussen feiten en theater.

Tussen een waarschuwing en een preek.

Want een samenleving lost problemen niet op met paniek.

Maar door nuchter te blijven denken.