Ik was de tel een beetje kwijtgeraakt. Achteraf ontdekte ik dat de column van 3 juni mijn honderdste was. Dus feestje gemist? Nee hoor. We hangen de slingers zelf op, want rond deze dagen is het twee jaar geleden dat mijn alter ego zijn eerste column op de website van de Streekomroep publiceerde.
Ik weet nog goed hoe dat begon. Met lichte schroom stuurde ik een probeersel naar de hoofdredacteur. Hij reageerde enthousiast en promoveerde mij ter plekke tot wekelijkse columnist. Ik voelde mij vereerd, maar ook een beetje ongemakkelijk. Want wie eenmaal columnist is, moet iedere week iets te vertellen hebben. Bij voorkeur over andere onderwerpen dan politiek. Het kriebelt soms wel om daarover te schrijven, maar de Streekomroep heeft al een columnist die zich met kennis en plezier op de lokale en regionale volksvertegenwoordigers concentreert.
De weg lag open voor een andere invulling. Over grote en kleine gebeurtenissen, over mensen, herinneringen, mijn verwondering en soms over de merkwaardige manieren waarop het leven kan verrassen. Ik vroeg mij af of ik iedere week wel een onderwerp zou kunnen vinden. Twee jaar later weet ik dat die bezorgdheid onnodig was. Niet omdat ik zo veel te vertellen heb, maar omdat onze regio dat heeft.
Onderwerpen dienen zich meestal vanzelf aan. Een gesprek op straat. Een krantenbericht. Een ontmoeting. Een herinnering die ineens weer boven komt drijven. Soms iets groots, maar vaker iets heel kleins. Het schrijven zelf gaat misschien gemakkelijker dan ik vooraf dacht, maar dat betekent niet dat het vanzelf gaat. Een column begint vaak als een ruwe steen die nog geslepen moet worden. Soms gaat het snel, soms ben ik er twee dagen mee bezig voordat de woorden ongeveer staan waar ik ze hebben wil. Maar wie iets graag doet, ervaart tijd anders. Dan verandert moeite ongemerkt in plezier.
Af en toe ligt een onderwerp letterlijk voor het oprapen.
Op het Kerkplein waren tijdens de Hoornse Stadsfeesten tientallen teksten op de stoep geschreven. Geen reclame, geen aanbiedingen, geen waarschuwingen. Gewoon gedachten van mensen.
Ik had mijn onderwerp voor deze column gevonden.
Met stoepkrijt hadden voorbijgangers gedachten, wensen en levenswijsheden achtergelaten. Sommige vrolijk, sommige ontroerend, andere juist verrassend diepzinnig. Tussen alle teksten bleef mijn blik hangen bij één zin:
‘Herinner gisteren, droom over morgen, geniet vandaag.’
Een eenvoudige zin. Misschien zelfs een beetje een tegeltjeswijsheid, maar daarom niet minder waardevol.
Dat herinneren van gisteren lukt het de meeste mensen wel. Mooie herinneringen, pijnlijke herinneringen en herinneringen die we liever zouden vergeten. Rugzakken vol.
Ook dromen over morgen kunnen we uitstekend. Misschien zelfs té goed. We plannen, verwachten, hopen, vrezen en bereiden ons voor op wat nog komen gaat.
Maar dat derde deel blijkt vaak het lastigst.
Geniet vandaag.
Juist vandaag.
Niet morgen als alles beter is. Niet volgende maand als de agenda rustiger wordt. Niet volgend jaar als de zorgen verdwenen zijn.
Vandaag!
Ik denk dat daarin misschien wel een groot deel van geluk verborgen zit. Herinneringen kunnen ons gevangenhouden. Dromen kunnen luchtkastelen blijken. Maar vandaag ligt voor een belangrijk deel binnen ons bereik. Sterker nog: het is het enige moment waar we werkelijk invloed op hebben.
Even verderop las ik nog een andere spreuk:
‘De deur van geluk gaat naar binnen open.’
Ook zo’n zin waar je gemakkelijk aan voorbijloopt. Totdat je er even bij stilstaat.
We zoeken geluk vaak buiten onszelf. In bezit, succes, erkenning of omstandigheden. Alsof het ergens achter de horizon ligt te wachten. Maar misschien hadden de schrijvers van die krijtteksten gelijk. Misschien begint geluk veel dichterbij. In aandacht voor een gesprek. Voor een zonnestraal. Voor een kop koffie. Voor een onverwachte glimlach.
Voor een handvol woorden op een stoep.
Twee jaar columns schrijven heeft mij in ieder geval één ding geleerd: bijzondere verhalen liggen zelden ver weg. Ze liggen meestal gewoon op straat.
Soms letterlijk.


