De Rekenkamer Hoorn heeft onderzocht hoe Hoorn invulling geeft aan haar zorgplicht voor jongeren. Ook de rekenkamers van SED, Medemblik en Opmeer hebben zich over dit onderwerp gebogen. Het college van B&W van Hoorn stelt voor om de aanbevelingen uit de rapporten over te nemen.

Positief beeld, met duidelijke aandachtspunten

De rekenkamers zijn over het algemeen redelijk tevreden over de manier waarop de zes West-Friese gemeenten de jeugdhulp hebben georganiseerd. Tegelijkertijd constateren zij dat er ruimte is voor verbetering. Zo zijn de wachttijden in sommige gevallen te lang en kunnen de afspraken tussen de verschillende hulpverlenende instanties beter worden afgestemd.

De fracties spreken hun tevredenheid uit over het overwegend positieve oordeel, maar benadrukken dat de gesignaleerde knelpunten serieus moeten worden aangepakt. Met name voor leerlingen in het voortgezet onderwijs mag de inzet van de hulpverlening volgens hen een tandje hoger. De samenwerking met andere gemeenten wordt gewaardeerd, maar er wordt ook gevraagd om op een later moment te evalueren wat er daadwerkelijk is gebeurd met de toezeggingen om verbeteringen door te voeren.

Wethouder: aanbevelingen worden uitgevoerd

Gesprek met wethouder René Assendelft over de zorgplicht voor jongeren:

Wethouder René Assendelft is eveneens positief over de uitkomsten van de onderzoeken. Hij geeft aan dat de aanbevelingen ter harte worden genomen en zullen worden uitgevoerd. Het is de bedoeling om volgend jaar te rapporteren welke resultaten dit heeft opgeleverd.

Het verkorten van de wachttijden blijkt volgens Assendelft complexer. Niet altijd zijn voldoende professionals beschikbaar, een probleem dat landelijk speelt. Bovendien beschikt niet iedere gemeente over dezelfde hulpcapaciteit. Hoorn is, juist doordat de gemeente groter is, beter in staat om jeugdhulp in te kopen dan kleinere gemeenten.