ALKMAAR – Op veel plaatsen in Noord-Holland staat het riet in brand. Dat gebeurt expres om oud riet te verwijderen, voordat het broedseizoen van de weidevogels begint. Boswachters als Chris Rost van landschap Noord-Holland hebben er deze week een dagtaak aan.

Een fikkie stoken voor de natuur is wat boswachter Chris Rost en zijn collega’s deze dagen doen. Het is veel werk. “Normaal kunnen helpen vrijwilligers ons bij dit werk, maar vanwege corona staan we er alleen voor. Dan is het best aanpoten”, zegt Chris, terwijl hij de rietkragen onder handen neemt bij het meertje De Ley.

Zodra een pol vuur vat, schieten vlammen de lucht in en moet er een goed heenkomen gezocht worden vanwege de hitte. Maar de pol is ook weer snel uitgebrand: dan moet Chris met een nieuwe vuurbaal de rietkraag langs om te voorkomen dat het vuur uitdooft. “Het is mooi werk, maar je blijft wel aan de gang. Even stilzitten is er niet bij,” zegt hij. “Je blijft er wel lekker warm bij.”

Verschraling

Het lijkt tegenstrijdig: natuur omwille van natuur afbranden. Chris legt uit dat het riet wordt weggehaald zodat de bodem verschraalt. Bepaalde zeldzame planten houden namelijk alleen van grond met zo min mogelijk voedingsstoffen en krijgen zo de kans om te groeien. Als er riet zou achterblijven, zorgt dat voor een bodem waar vooral gras en brandnetels van houden.

Zo gaat het in brand steken van het riet eraan toe:

Tijdens het steeds maar opnieuw aanbrengen van brandende rietbalen, legt Chris verder uit: “We staan hier op een eilandje en het afvoeren van het riet kost dan te veel geld en dat hebben we niet. Door het gemaaide riet naar de waterkant te brengen en het daar aan te steken, branden we meteen het waterriet weg. Dat is riet dat bijna op het water groeit en waar onze maaiers niet bij kunnen komen.”

Nestgebied

Weidevogels zijn een tweede reden om riet weg te maaien en branden. Chris: “Een grutto houdt van vrij zicht als hij op zijn nest zit, want dan kan hij alle rovers goed zien aankomen. Grutto’s blijven daarom ver weg van rietkragen en struiken, dus door die weg te halen, vergroot je het mogelijke nestgebied voor grutto’s.” Volgens Chris is dat belangrijk, omdat het slecht gaat met de weidevogels. “Niet alleen met de grutto, maar ook met de scholekster, de kievit en de tureluur.”

Binnen een mum van tijd heeft Chris een strook van zo’n tweehonderd meter weggebrand. Geholpen door de wind. “Je zal zien: over een uur zitten hier al grutto’s en kluten.” Dat lijkt niet overdreven, want in het drassige weilandje even verderop laten al enige tientallen grutto’s van zich horen. Aan de andere kant van het meertje De Ley zitten ongeveer tien kluten. “Ze popelen om hun nestgebied weer in te nemen”, zegt Chris. “Ik moet snel verder, want straks gaat het regenen.”