Laatst zat ik op ‘mijn’ bankje aan het Markermeer. Niet omdat ik ergens op wachtte. Niet omdat ik moe was. Gewoon om het mooie uitzicht over het water.
Het bankje is mij vertrouwd.
In de loop van de jaren is het verschillende keren vervangen. Nieuwe materialen. Nieuwe ergonomische normen. Iets hoger ontworpen voor langere benen dan de mijne. Ik moet ze tegenwoordig iets verder naar voren steken om prettig te kunnen zitten.
Nieuwe generaties worden steeds langer en de wereld groeit mee.
Het uitzicht oogt onveranderd.
Of misschien lijkt dat alleen maar zo. Het water klotst nog altijd tegen de dijk. In de verte zie ik een schip langzaam achter de horizon verdwijnen. Eerst de romp. Daarna alleen nog de mast.
En toch anders.
Het meer veranderde van naam.
Wat ooit Zuiderzee was, werd IJsselmeer.
Later Markermeer.
Het water leek hetzelfde te blijven.
Een paar honderd meter verderop staan de Scheepsjongens van Bontekoe. Al generaties lang kijken ze uit over het Markermeer. Nieuwsgierig naar wat zich achter de horizon bevindt.
Drie jongens die de wereld wilden ontdekken.
Die niet konden wachten tot het avontuur begon.
Als jongetje begreep ik dat onmiddellijk.
Wij waren met z’n tweeën, mijn hartsvriend en ik.
Niet kijkend over het water, maar omhoog naar de sterrenhemel.
Sterrenkunde was een tijdlang onze hobby. We noteerden wat we te weten waren gekomen over sterrenbeelden, planeten en onze bijzondere waarnemingen in schriftjes.
Het idee dat de ruimte geen einde lijkt te hebben, hield mij toen al bezig. Hoe verder ik probeerde te denken, hoe groter het raadsel werd. En tegelijkertijd maakte het me bang.
Maar de nieuwsgierigheid won altijd.
Mijn krabbels heb ik nog.
Mijn vriend niet meer.
Hij is overleden.
Vroeger keek ik omhoog.
Tegenwoordig kijk ik over het water.
Terwijl ik opsta om naar huis te gaan, realiseer ik me dat er één ding is dat al die veranderingen heeft overleefd.
Niet het bankje.
Niet de namen.
Niet eens de wereld waarin ik opgroeide.
Maar de nieuwsgierigheid.
Het jongetje in mij dat ooit naar de sterren keek, is nooit helemaal verdwenen.
Ik kijk nu dezelfde kant uit als de Scheepsjongens van Bontekoe.
Mijn schriftje raakte vol.
Mijn nieuwsgierigheid niet.


